Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Fundamenten

Tekst en foto's: Els Matthysen

Eeuwelingen blikken terug: 100-jarige Gerardine over sociaal wonen

 

De 100-jarige Gerardine vertelt in dit interview haar levensverhaal, ze was jarenlang cafébazin in een sociale woonwijk: "Het was er fijn wonen. In het weekend was het alle hens aan dek. Er werd gedanst tot drie, vier uur 's nachts." Ze woonde zelf 40 jaar lang in haar sociale woning.

Gerardine weet nog maar net dat ik zal langskomen voor foto’s en een interview. Om een slapeloze nacht te vermijden heeft haar dochter Gaby onze afspraak tot vanochtend geheim gehouden. Sinds een paar maanden gaat ze erg achteruit. Al voelt Gerardine zich maar zus en zo, ze wil toch graag haar verhaal vertellen. Tijdens het interview is ze een beetje afwezig, maar tijdens de fotoshoot waarmee ik de ontmoeting afsluit, fleurt ze op. Mooi om te zien, hoe ze op haar 100 jaar poseert als een echte pro. Wie haar niet kende als Boddel noemde haar Gerardinneke. Haar echte naam Alphonsina gebruikte ze nooit.

Gerardine met dochter Gaby.

De sociale woning van Gerardine oogt fris en ruim. Alles is gelijkvloers. Wat meteen opvalt bij het binnenkomen, is het bed dat in de leefruimte staat. Daar overnachten gepensioneerde vrouwen die zich als vrijwillige oppas voor «ouderen» inzetten. Dankzij dit nobel initiatief van de mutualiteit kunnen ouderen die ’s nachts niet meer alleen mogen blijven, toch «thuis» blijven wonen. Ook buurvrouw Jeannine en dochter Gaby draaien mee in het beurtrolsysteem van de «ouderenoppas».

“Ik heb altijd een café gehad op de Meulenberg, een sociale woonwijk in Houthalen

1956 - Gerardines café in Meulenberg.

Een cafébazin in hart en nieren – in het hart van de sociale woonwijk
26 november 1919 - Gerardine wordt als jongste van acht kinderen geboren. Het «café houden» zit haar duidelijk in het bloed. Ze groeide niet alleen op tussen de biervaten, ook op volwassen leeftijd kiest ze voor een leven als cafébazin. ‘Het café van mijn ouders heette «De weerstand». Toen was ik nog jong’, zegt ze mijmerend. ‘Mijn vader werkte als kantonnier bij de spoorwegen in Brussel en kwam enkel in het weekend naar huis. Mijn moeder runde het café.’ In 1942, midden in de oorlogsjaren, leert Gerardine haar man Vital kennen, een gewone jongen uit het dorp die bij hen thuis op café kwam. Op haar 24ste, in 1943 trouwt ze.

1943 - Gerardine en haar man Vital.

Ze zal vier kinderen, zeven kleinkinderen en negen achterkleinkinderen krijgen. Haar dochter Gaby: ’Over de oorlog spreekt ze nooit. Het was een donkere periode.’

Sociale woonwijk Meulenberg
In 1954 openen Gerardine en haar man Vital een café in Meulenberg, een sociale woonwijk in Houthalen. In het weekend is het alle hens aan dek. Gerardine: ‘Het was er fijn wonen. Ons café lag midden in de wijk, een cité met woningen voor de mijnwerkers. Uitgaan in die tijd startte steevast in de cinema.’ Gaby: ‘Ik moest van mijn pa op uitkijk staan en hem verwittigen als de cinema uit was, want dan kwamen ze naar ons café en dan zag het er in een mum van tijd zwart van het volk. Er werd gedanst tot drie, vier uur 's nachts.’ Ook al woonden ze zelf in een privéwoning, hun cafégasten bestonden overwegend uit mijnwerkers die sociaal huurden in de wijk.

Rocco en Marina
Gerardine: ‘Ik danste de boogie woogie, de twist... In onze jukebox zat ook het singletje «Marina» van Roco Granata. Rocco is toen (in 1959) bij ons op café zijn «plateke» komen brengen. Hij was toen nog niet bekend.’ Gaby: ‘Het was een gewoon «Italianeke» waar er in Meulenberg zo veel van waren.’ (lacht). Gerardine: ‘Wij spraken Italiaans en Spaans. Zo konden we met onze klanten praten in hun eigen taal en voelden ze zich nog meer thuis. We hebben zelfs, toen in de jaren 70 de Turkse mijnwerkers kwamen, geprobeerd om ook wat Turks te leren, maar dat hebben we niet volgehouden. Kort daarna, in 1979, is mijn man gestorven. We hebben ons café moeten overlaten. De kinderen zagen het niet zitten om het café verder te zetten.’

Mijnwerkerswoningen
‘Het was een bloemenweelde in Meulenberg. Er woonden veel Italianen, Spanjaarden en Polen. Iedereen ging gemoedelijk met elkaar om. Elke mijnwerker kreeg een mijnwerkerswoning en betaalde daarvoor 125 frank huur.’ Dat weet dochter Gaby nog goed. Ook dat als je trouwde je van de mijn een huis kreeg, geverfd en behangen door en op kosten van de mijn. Gaby’s man was geen mijnwerker. Gelukkig kregen zij kort nadat ze trouwden een sociale woning toegewezen. Gaby woont intussen 54 jaar in haar sociale woning. Nadat ze zeven jaar huurden, hebben ze de woning kunnen kopen.

Mijncités in Limburg – Woonwijken van mijnbedrijven
In Limburg werd steenkool ontdekt aan het begin van de twintigste eeuw. Verschillende mijnbedrijven namen concessies om de grondstof boven te halen. Limburg was toen een dunbevolkt gebied. Er werden nieuwe arbeiders aangetrokken voor wie woonwijken nodig waren in de buurt van de koolmijnen. Het provinciebestuur verplichtte de mijnmaatschappijen om zelf voor huisvesting te zorgen. De maatschappijen konden ook gronden ter beschikking stellen voor arbeiderswoonwijken en gemeenschapsvoorzieningen. Door de moeilijke voorbereidende werken gingen de meeste Limburgse mijnbedrijven pas in productie na de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken opgericht. Via deze organisatie konden de mijnbedrijven huisvestingsmaatschappijen (SHM's) oprichten om hun woonwijken te realiseren.

GARDEN CITIES Verschillende van de nieuwe woonwijken werden aangelegd als een 'tuinwijk'. Dit stedenbouwkundig model was beïnvloed door de Engelse Garden City Movement. De wijken hadden een gevarieerd stratenplan met ruimte voor groen en met individuele huizen, vaak tweewoonsten. De mijndirecteurs en -ingenieurs kregen grotere en luxueuzere woningen. Behalve huizen kwamen er ook kerken, scholen, casino's en sportinfrastructuur. Mijnwerkerswoningen werden vaak door SHM's in hun patrimonium overgenomen. Ze werden gerenoveerd of vervangen door nieuwe sociale woningen. Kempisch Tehuis heeft 830 sociale woningen in Houthalen-Helchteren, waarvan ruim 300 in Meulenberg. De oudste mijnwerkerswoningen dateren van 1949. In 1972 werd een grote wijk gebouwd op de plaats waar voorheen houten mijnbarakken stonden. Hierbij waren vier hoge appartementsgebouwen. Die zullen ze vervangen door 101 nieuwbouwwoningen. Op de Meulenberg zal Kempisch Tehuis in totaal 150 woningen afbreken en vervangen door nieuwbouwwoningen en appartementen.

“Mijn cafégasten waren vooral mijnwerkers die sociaal huurden in de wijk”

60 jaar is Gerardine als ze naar haar sociale woning verhuist – ze woont er intussen 40 jaar
Gaby: ‘Nadat mijn vader gestorven is, hebben we mijn ma ingeschreven bij de sociale huisvestingsmaatschappij Kempisch Tehuis. Omdat er hier in de wijk niets vrij was, heeft ze eerst een jaar bij mij gewoond.’ Gerardine was met haar 60 jaar de jongste in de buurt toen ze in de Oudstrijderslaan kwam wonen. Haar buren waren 80 en 85 jaar. Gerardine: 's Avonds zaten we met onze stoeltjes buiten op straat. En iedere avond kwam mijn buurvrouw kaarten. Ze is intussen overleden.' Buurvrouw Jeannine, die tijdens het interview op bezoek komt, woont sinds drie jaar in de wijk. Ze is hier komen wonen nadat de huisjes gerenoveerd werden. Ze komt vaak langs en springt ook bij waar nodig.

Gerardine met haar buurvrouw Jeannine.

Renovatie
Vier jaar geleden werd de wijk gerenoveerd. Gerardine woonde tijdens de renovatiewerken in een andere ouderenwoning in de wijk. Na acht maanden keerde ze terug. Of de renovatieperiode moeilijk was voor haar? Gerardine: ‘Neen, maar toen was ik ook nog maar 95 jaar’, zegt ze doodernstig. ‘Het was fantastisch om terug te keren. Alles was vernieuwd en plots kon ik via een schuifraam vanuit mijn «living» in de tuin. En doordat de chauffageketel vervangen was, kon het chauffagekamertje bij de keuken gevoegd worden. Plots had ik een ruime keuken. Waar het ligbad stond, staat nu een inloopdouche.’

Hoe voelt Gerardine zich in haar wijk?
Gaby: ‘Vandaag heeft ze een mindere dag, maar ze is lang heel goed geweest. Ze heeft geturnd tot haar 85ste en ze fietste nog tot haar 93ste. En alle weekends ging ze dansen met haar vriendinnen.’ Op haar 100ste ziet haar dag er enigszins anders uit. Ze start steevast met een kopje koffie en een beschuitje. Dan pas kan de verpleegster haar wassen. Daarna zet ze zich in de zetel en kijkt ze naar buiten. Gaby doet de gordijnen altijd zo ver mogelijk open zodat ze de straat kan zien, want Gerardine kijkt graag naar buiten. Familiehulp komt halve dagen voor het huishoudelijk werk. Gaby: ‘Het is vaak een puzzel om alle momenten op te vullen want we laten haar niet meer alleen.’ Gelukkig woont dochter Gaby vlakbij, anders zou zelfstandig wonen niet haalbaar zijn.

Gerardine verstopt haar wandelstok.

Recept om oud te worden?
De moeder van Gerardine is gestorven op haar 95ste. Zijn het haar goede genen? Gerardine maakt snel alles duidelijk: ‘Ik heb altijd een goed pintje bier gedronken. Ik heb gerookt tot mijn 85ste en heb dan gezegd: “Ik kom er niet meer aan en sinds die dag heb ik nooit meer gerookt. Verder at ik gezond en deed het werk dat ik te doen had. Al was het best een hard leven. Mensen beseffen niet wat het is om een café te houden. Alle dagen werken van 's morgens vroeg tot ’s nachts ... Vrije tijd, dat heb je niet meer.’

Hoe gaat ze om met oud worden? Heeft ze angst om te sterven?
Gaby: ‘Nee. Hoewel ze vorige week, nadat ze een hele week in bed gelegen had, tegen me zei: “Laat mij maar dood gaan.” Dat zegt ze als ze zich niet goed voelt. Toen ze hoorde over het interview zei ze: “Het is toch maar niks hè, zo oud worden.” Dat ze voor alles hulp nodig heeft, dat zint haar niet. Ze heeft altijd heel zelfstandig geleefd.’

‘s Avonds zaten we in de wijk met onze stoeltjes buiten op straat. Iedere avond kwam mijn buurvrouw kaarten."

Een laatste droom?
Op haar 85ste heeft Gerardine voor het eerst gevlogen. Ze zijn dan met de hele familie naar Sevilla gegaan. Daar heeft ze haar wandelstok gekocht voor «mocht ik hem ooit nodig hebben.» Al loopt ze sinds enkele jaren met haar stok, tijdens de fotoshoot verstopt ze hem stiekem achter haar rug. ‘Een wandelstok, dat is voor oude mensen’, zegt ze. Ze is een fiere vrouw. Ze laat haar haren verven en tot voor kort «verfde» ze haar lippen vuurrood als ze naar buiten ging. Gaby: ‘We zijn zelfs een keer moeten terugkeren omdat ze vergeten was om haar lippen te kleuren.’ Ook in huis wandelt Gerardine met een stok. Als ze van de leefruimte tot in de keuken wandelt, is ze doodop. Haar hart kan niet meer mee.

Gerardine met bloemen en pralines van Stefanie Gielen, directeur van Kempisch Tehuis.

De fotoshoot
Tijdens de fotoshoot fleurt ze op. Dat ze in een «boekje» zal komen, vindt ze heerlijk. 'Verzorg mij dan maar eens goed', zegt ze vastberaden. Als ik haar de foto’s toon op het schermpje van mijn camera antwoordt ze: 'Ah ja, dat is mooi!' Ze poseert als een echte pro en geniet met volle teugen van de aandacht. Als we enkele uren later afscheid nemen zegt ze dankbaar: 'Wat was dit een mooie dag.

Twee maanden voordat Gerardine 100 zou worden, sterft ze. Al had de familie haar 100ste verjaardag liever met een feest en champagne gevierd, de sfeer op de afscheidsdienst – met meer dan tweehonderd aanwezigen – is niet beladen en zeker niet overwegend triest. De foto's en de tekst van dit artikel worden geprojecteerd, aangevuld met nog extra anekdotes. Gerardine heeft een prachtig leven gehad, en daar put de familie troost uit.