Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Fundamenten

Tekst en foto's: Els Matthysen, stafmedewerker communicatie VVH

Eeuwelingen blikken terug: honderd jaar sociaal wonen

 

In 2019 bestaat sociaal wonen 100 jaar. De opdracht en de missie van sociale huisvesting is sinds haar 100-jarig bestaan nagenoeg ongewijzigd gebleven. De omstandigheden waarbinnen de sociale huisvesting opereert, zijn uiteraard wél geëvolueerd. De woonproblematiek van 100 jaar geleden is niet dezelfde als de huidige. Om de historische context concreet te maken en een menselijk gelaat te geven, gingen we praten met 100-jarigen.

107 JAAR EN NOG ZELFSTANDIG IN ZIJN SOCIALE WONING

In deze nieuwe rubriek «Eeuwelingen» blikken 100-jarigen vanuit hun sociale woning terug op hun leven en honderd jaar (sociaal) wonen. In deze verhalen over (sociaal) wonen focussen we op de mensen, niet op de stenen. Oprechte verhalen van mensen die delen van hun leven in een sociale woning gewoond hebben en er nu nog wonen.

Urbain komt als eerste aan de beurt. Hij is met zijn 107 jaar de oudste man in België die nog zelfstandig – en in een sociale woning – woont. Pas op zijn 94ste verhuisde hij naar een sociale woning.

Urbain (107) woont in Bellem, een deelgemeente van Aalter in Oost-Vlaanderen. Het is uitzonderlijk warm en zonnig, een gevoel van «lente» als ik in februari het paadje naar zijn sociale woning oploop. Ik vind het jammer voor Urbain dat hij dat niet meer kan ervaren: die warme zonnestralen, de vogeltjes die fluiten... Omdat Urbain bijna niets meer hoort en ook sinds kort niet meer buiten komt, zullen zijn zoon Johan en zijn schoondochter Rita spreken in zijn naam. Maar de sfeer is allesbehalve triest in huis.

Urbain, 107 jaar 

 

Urbain met zoon en schoondochter (foto's Els Matthysen, VVH)
Na een hartelijke begroeting van Johan en Rita maak ik kennis met Urbain. Hij heeft een lief gezicht. Zijn ogen staan nog heel helder. Al is hij zo goed als doof, Urbain staat erop om bij ons aan tafel te komen zitten, en gelijk heeft hij. Omdat hij niet lang kan zitten en snel moe is, nemen we eerst de foto’s. Voor het interview zit ik met zijn zoon en schoondochter aan tafel. Urbain valt geregeld in zijn zetel in slaap. Vragen stellen aan Urbain vergt wat volharding. Enkel door in zijn oor te roepen, in korte zinnen of met losse woorden te spreken, kan hij je verstaan. Maar het lukt. We gaan met hem terug naar 1911.

1936 - Urbain (achter tafeltje) met zijn ouders, zussen en broers.

1963 - Urbain met paard en kar. (foto's familiearchief)

Twee wereldoorlogen meegemaakt
2 oktober 1911. Op de boerderij ten huize Heyndrickx wordt Urbain als tweede kind geboren. Na hem zullen er nog vier kinderen volgen. Urbain is tot zijn 94ste op de boerderij van zijn ouders blijven wonen. Hij is drie jaar oud wanneer Wereldoorlog I uitbreekt. Op het einde van de oorlog is hij zeven. Twee decennia later zal hij ook Wereldoorlog II meemaken. Op het einde van die oorlog is hij 34.
In 1948 leert hij op de kermis van Aalter zijn toekomstige vrouw kennen, Maria.
Urbain: ‘Het was een heel mooie vrouw.’ Na die herinnering begint hij te vertellen over hoe ze gestorven is. Maria stierf op haar 78ste aan Parkinson. Urbain is op dat moment 83 jaar. Samen met zijn zus heeft hij zijn vrouw tot haar dood thuis op de boerderij verzorgd. Ook na haar dood blijft Urbain samen met zijn zus op de boerderij wonen.

Eén zoon – één kleindochter – één achterkleinzoon

2017 - Urbain (106) met zijn zoon Johan (en schoondochter), zijn kleindochter Chantal (en haar man) en zijn achterkleinzoon Melijn. (foto Guy Stroobandt)

Urbain en Maria kregen één zoon, Johan, die ook opgroeide op de boerderij. Johan trouwde met Rita en zij kregen samen één dochter Chantal. Ook Johans dochter kreeg één kind, Melijn. Urbain begroet zijn achterkleinzoon altijd met een «vuistje». Dat leerde hij van Brenda, de verpleegster van het Wit-Gele Kruis. 'Dit ben ik', zegt Urbain. Hij wijst naar een oude foto.

Van de boerderij naar een sociale woning
Nadat zijn zus naar een rusthuis verhuisde, bleef Urbain alleen achter op de boerderij. De woning was intussen in verval geraakt en miste het nodige comfort. Gelukkig kwam er in Bellem snel een woning vrij van het OCMW van Aalter. ‘Mijn vader kon er onmiddellijk intrekken. In de winter van 2005, rond Kerstdag, verhuisde hij naar zijn huidige sociale woning.’ Johan voegt nog toe: ‘Pas toen de woningen in oktober 2008 verkocht werden aan de sociale huisvestingsmaatschappij Volkshaard, hebben wij sociale huisvesting leren kennen.' Urbain heeft een klein pensioen van 1184 euro. Daarnaast krijgt hij ook nog 130 euro van de Vlaamse zorgverzekering. Via } de sociale dienst van de mutualiteit krijgt hij vanaf dit jaar een attest van erkenning van een handicap en de daarbij horende gehandicaptenkaart voor de auto. Waarop mijn vader doodleuk zei toen hij dat hoorde: "ik ga mij een auto kopen.” (Johan lacht). Urbain heeft met de auto gereden tot hij 99 jaar oud was.

Urbain is momenteel de oudste Belg die nog thuis woont'

Urbain leest nog dagelijks zijn krant. (foto Els Matthysen, VVH)

13 jaar in een sociale woning
Urbains mooiste levensherinneringen dateren uit de periode op de boerderij. Er was veel solidariteit tussen de boeren. Ze oogstten samen en deelden elkaars machines. Toch woont Urbain graag in zijn sociale woning. ‘In het begin was het inderdaad een beetje moeilijk. Je moet het gewoon worden hè’, aldus Urbain. Rita: ‘In het begin toen hij hier woonde zei hij altijd: "ik kom hier wel buiten, maar ik bén hier niet buiten.” Wat wil je als je altijd op een boerderij gewoond hebt.' Dat alles gelijkvloers is, vindt de familie heel praktisch. Ook de inloopdouche komt goed van pas. ‘Hij had een fijn contact met zijn buurvrouw Marietje die in de aanpalende woning rechts van hem woonde’, vertelt Johan. ‘Marietje is intussen gestorven.’

‘Enkel toen Volkshaard hierachter een nieuwe sociale blok zette... daar heeft hij zich erg nerveus over gemaakt. Hij was zijn zicht op de straat kwijt… Maar dat is overgewaaid. Nu kijkt hij trouwens nog amper naar buiten.'

107 jaar en nog zelfstandig in een sociale woning
Op je 107ste nog zelfstandig wonen, dat is wel heel apart. Ik vraag Johan hoe ze dat klaarspelen. ‘ ’s Morgens en ’s avonds komt het Wit-Gele Kruis langs, meestal Brigitte en Brenda. Ze wassen hem en helpen hem aan- en uitkleden. Dagelijks komt ook iemand van Familiezorg om zijn eten klaar te maken en te poetsen. Bernadette doet dit al meer dan 26 jaar, van toen mijn vader nog op de boerderij woonde. De boodschappen en de was, dat doen wij. Maar de grootse hulp, en dat is ook de reden dat hij hier nog zelfstandig kan wonen, is zijn buurvrouw Caroline die links van hem woont.’

Wat maakt zijn buurvrouw speciaal?
Caroline, een weduwe van 82 jaar, komt zo’n vier à zes keer per dag even kijken. Zonder haar zou het zelfstandig wonen heel moeilijk zijn. ‘We zijn haar daar heel dankbaar voor. Caroline is ook blij dat ze dat kan doen, het houdt haar bezig. ‘s Morgens zet ze koffie voor Urbain en maakt ze zijn boterhammetjes klaar. In de voor- en namiddag gaat ze nogmaals langs en ’s avonds helpt ze hem in bed leggen. Urbain weigert om een personenalarm te dragen. “Dat is voor oude mensen”, zegt hij.’ Op zondag maakt Caroline heel dikwijls een koud schoteltje voor hem. Op zaterdag zijn het mosselen met frietjes.

Noodwoningen na de eerste wereldoorlog

De verwoestingen van de eerste wereldoorlog waren het grootst in de West-Vlaamse frontstreek, maar overal in het land heerste grote woningnood tijdens en na de oorlog. In 1916 werd het Koning Albertsfonds opgericht om noodwoningen te realiseren. Maar de houten barakken konden niet aan de vraag voldoen. De Bouwdienst van de dienst der verwoeste gewesten voor wederopbouw realiseerde o.a. verschillende tuinwijken. De Bouwdienst verspreidde ook via gemeentemagazijnen standaard bouwonderdelen (venster- en deurtypes) en bouwmaterialen (hout, bakstenen, dakpannen) in ruil voor bonnen. Daarmee konden getroffen burgers een voorlopige woning optrekken. Het grootste deel van de eigenlijke opbouw werd gerealiseerd tussen 1919 en 1930. (Bron en foto: VMSW)

De ultieme droom
‘De ultieme droom van mijn vader is om in zijn eigen woning te kunnen sterven. Naar een rusthuis verhuizen ziet hij absoluut niet zitten. Enkele jaren geleden, toen hij onze tante Madeleine ging opzoeken in het rusthuis en hij daar alle oudjes in hun zetel zag
slapen, allemaal in een rijtje naast elkaar, zei hij geëmotioneerd: "Ik zou nog liever dood zijn dan hier te moeten zitten.”

Zolang hij zelfstandig woont, is hij gelukkig. Maar het moet wel haalbaar blijven.’ 

2012 - Middelste deur: de sociale woning van Urbain in Bellem.

Sociale woning in het dorp waar hij opgroeide
Dat hij op zijn 94ste een sociale woning heeft gekregen in zijn geboortedorp is een enorme troef. Daardoor komen naast zijn familie en de hulpverleners ook de buren en mensen uit het dorp gemakkelijker langs. In de namiddag staat steevast de televisie aan, dat geeft wat «beweging», ook als er niemand op bezoek is. Urbain leest nog dagelijks in zijn krant, volgt de koers en De Zevende Dag. Hij is altijd in politiek geïnteresseerd geweest en dankzij “888” (red: teletekst) kan hij de onderschriften lezen. Al gaat alles met stukjes en beetjes en slaapt hij ook veel. ‘Bernadette van Familiezorg die Urbain en zijn familie goed kent zegt altijd: “Niets is een probleem voor hem. Hij is heel gewillig.”’ Rita voegt toe: ‘Behalve toen er ooit eens een vervangster kwam bij wie het iets te snel vooruit moest gaan... Toen heeft hij wel van zich laten horen.’ (lacht).

Urbain in de kijker
Sinds Urbain 100 werd, komt hij jaarlijks in de krant. Ook het gemeentebestuur van Aalter is sindsdien jaarlijks te gast ten huize Heyndrickx. Al is Urbain daarna bekaf en slaapt hij de dagen daarna aan een stuk door, op de dag zelf geniet hij enorm van de belangstelling. Zo was hij ook heel fier en blij met de felicitatiebrief van het koningshuis: “Vanwege Hunne Majesteit de Koning en de Koningin" De foto van het koningspaar, toen nog Albert en Paola, staat nog steeds te pronken op de kast. Johan voegt nog een leuke anekdote toe. 'Toen mijn vader 105 werd, heeft hij in een interview gezegd dat hij dagelijks zijn Martinietje dronk. De dag nadat dat in de krant gestaan had, kregen we een pakketje: twee grote flessen Martini, mooi ingepakt met de boodschap “Hartelijk dank om ons product in de kijker te zetten".’

Urbain met geschenk van voormalig Belgische koningspaar Albert en Paola. (foto Els Matthysen, VVH)

De laatste halte
De familie Heyndrickx is duidelijk een sterk ras. Want ook Urbains zussen werden 100 of in de negentig. Zit (bijna) honderd worden in de genen? Ik vraag aan Urbain of hij weet waarom hij zo oud is kunnen worden.

Ik at «patatten», melk en veel brood... maar ik heb ook veel gesnoept (lacht). Ik heb een mooi leven gehad, nu en vroeger. Ik heb altijd hard gewerkt, maar ben nooit ziek geweest.’

Rita voegt eraan toe: ‘Hij rolt nog zelf zijn sigaretjes, zo'n twee per dag. Belangrijk is, denk ik, dat hij nooit grote tegenslagen gehad heeft. Maar als je 107 bent, weet je dat je niet veel meer te verwachten hebt. Soms zegt hij ook weleens dat het genoeg geweest is en dan vraagt hij zich af wat hij hier nog zit te doen. Een tijdje geleden zei hij trouwens tegen onze dochter om goed voor haar zoontje te zorgen en dat ze hem goed moest opvoeden.’ 

Urbain hield van het leven en het leven hield van hem. Hij werd 107'

Net voordat Fundamenten in druk zou gaan, liet zijn zoon Johan weten dat Urbain op 6 maart 2019 overleden is in het ziekenhuis AZ ALMA in Eeklo waar hij in alle rust is heengegaan.