Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Fundamenten

Tekst en foto's: Els Matthysen, stafmedewerker communicatie VVH

Eeuwelingen blikken terug: Wivina

 

In het kader van 100 jaar sociaal wonen praten we met honderdjarigen. Wivina woont al 57 jaar in een sociale woonblok. De grootste troef: het prachtige uitzicht.

In 2019 bestaat sociaal wonen 100 jaar. Wivina is honderd en woont sinds 1962 in een sociale woning. In EEUWELINGEN blikt ze terug op haar leven, haar mooiste herinneringen, haar meest intense momenten en haar woonomstandigheden in de private sector en in de sociale huisvestingssector waar ze nu 57 jaar woont. Terug naar 1919.

Ik ontmoet Wivina in haar sociale woning samen met haar verzorgster Ilse. Wivina woont op de vijftiende verdieping van de sociale woonblok nummer 6 van SintMaartensdal in Leuven. Wat meteen opvalt is het prachtige uitzicht over de stad. Onze honderdjarige is een lieve vrouw, 1 meter 60, fonkellichtjes in haar ogen en een oprechte glimlach. Als ik Wivina tijdens de fotosessie haar foto’s toon op het schermpje van de camera zegt ze nuchter: “een oude vrouw”.
Maar Wivina is nog heel alert. Ze heeft drie kinderen, vijf kleinkinderen en elf achterkleinkinderen. Haar man overleed op zijn zeventigste. Beetje bij beetje komen de herinneringen terug naar boven.

Een sterk geslacht
Wivina werd als oudste van drie kinderen geboren op 5 maart 1919. Haar twee zussen zijn intussen overleden. Haar jongste zus is net zoals Wivina’s moeder 93 jaar geworden. Wivina studeerde voor onderwijzeres, maar ze heeft haar volledige carrière in Brussel bij de post gewerkt. ‘Ik schreef postcheques uit en maakte de balansen op. De computer bestond nog niet. We deden alles nog met een rekenmachine. Ik kon mooi schrijven toen. Nu niet meer. Nu heb ik «de bibber».’


Ouderlijk huis, een privéwoning
‘Ik ben opgegroeid in de Brusselsestraat in Leuven. We woonden in een privé-appartement boven een supermarkt. Mijn vader werkte als goederenbeambte bij de Belgische spoorwegen. In die tijd kwam de kermis nog per trein toe. Auto’s bestonden nog niet.’

'Wat een leven heb ik gehad. Ik ben verbaasd dat ik nog leef. Je staat daar niet bij stil.'

De oorlogsjaren
‘We zijn allemaal getekend door de oorlog. Ik was 21 jaar toen de oorlog (WO2) in 1940 uitbrak. We zijn toen met de hele familie naar Frankrijk gevlucht. Pas nadat Frankrijk capituleerde, konden we terugkeren. Door de bombardementen waren vele gezinnen dakloos. Maar wij hadden geluk. Ons huis, een rijhuis in de Brusselsestraat, stond er nog. Ik had mijn poes met pijn in het hart moeten achterlaten en liep bang onze tuin in al roepend "Pitoe, Pitoe". Ik was stomverbaasd, maar dolgelukkig toen ze kwam aangelopen. Ze ging op mijn voeten zitten zodat ik nooit meer wegzou gaan. Dat doen poezen.’ Wivina’s stem trilt als ze toevoegt: ‘De duivenmelkers hebben haar na de oorlog doodgeschoten.’
 

1945: De bevrijding
‘Mijn man, Jozef heb ik leren kennen na de bevrijding. Hij was een Poolse soldaat in dienst van het Britse leger.’ Wivina toont me haar trouwfoto. ‘Jozef is als tankchauffeur gewond geraakt en heeft in Leuven in het ziekenhuis
gelegen. Ik zag hem voor het eerst op een dansavond na de bevrijding. Al was ik 20 jaar, mijn moeder ging mee om op mij en mijn zus te letten. Toen we de parochiezaal binnenkwamen kwam de «live music» ons tegemoet en de «soldáten», zegt Wivina gelukzalig. Ik hoor mezelf nog tegen mijn zus zeggen: “Volg die soldaten”. Jozef, een Poolse soldaat draaide zich om en ik was als aan de grond genageld, zo mooi vond ik hem. Ik weet nog dat ik tegen mijn zus zei: “Wat een mooie soldaat.” Ik heb de hele avond met hem gedanst. Kort daarna zijn we getrouwd.

Een hard leven
Ik heb van mijn 18de tot mijn 60ste gewerkt. We kregen twee dochters, Denise en Christa, die intussen 73 en 70 jaar oud zijn. Allebei werkten ze als verpleegster.’ ‘Mijn man was oorlogsinvalide en ik ging fulltime werken in Brussel. Toch konden we toen geen huis kopen. Gelukkig kregen we later een sociale huurwoning.
 

De weg naar een sociale woning
‘Ik woonde met mijn man en onze kinderen bij mijn ouders. In 1962 zijn we dankzij mijn moeder naar een sociale woning verhuisd. Zij had ons ingeschreven.’

Haar eerste sociale woning (1962-2002)
1 oktober 1962. Wivina neemt met haar familie haar intrek in blok 1 van Sint-Maartensdal, niet ver van haar ouderlijk huis. De huurprijs was gunstig en de sociale woning had centrale verwarming. ‘Ik heb daar heel graag gewoond’,
vertelt ze. ‘Het was een mooi en nieuw appartement. We woonden op de tweede verdieping. Ik herinner me nog goed een glazen muur met daarachter een deur en een berging.

Via een binnentrap gingen we naar de slaapkamers. Er was ook een gemakkelijk en breed bad. De kinderen gingen te voet naar school, hand in hand, in een donkerblauwe plooirok, een witte blouse en een blauwe das.’ Toen de
blokken in 2002 gerenoveerd werden, is Wivina na 40 jaar, op 1 december 2002, verhuisd van blok 1 naar blok 6. Maar van de verhuis zélf, herinnert ze zich niets meer.

Haar tweede sociale woning (2002-nu)
Intussen woont Wivina al 17 jaar in haar tweede sociale woning (blok 6 van Sint-Maartensdal).‘Doordat ik op de 15de verdieping woon, heb ik een prachtig uitzicht. Je hoort hier niets van de straat. Ook mijn buren hoor ik niet. Al vind ik het wel fijn als mijn buurvrouw langskomt. Ze is 80 jaar. Ook in blok één (haar eerste sociale woning, red.) woonden we naast elkaar.’


Sociaal wonen vroeger en nu
Op de vraag of sociaal wonen veranderd is na de jaren 90 wordt het even stil. Maar het antwoord is kort en bondig: “blanker”. Wivina vertelt me dat ze het wel moeilijk vindt, die andere culturen. Ze stoort zich vooral aan de rommel van de buren op de terrassen. ‘Ik ben zo niet opgevoed. De bewoners zijn anders, het is mijn genre niet. Ik wil niet neerbuigend klinken, maar ik heb andere studies gedaan.’ Wat haar wel blij maakt, is het prachtige uitzicht vanuit haar appartement.


Wat is je mooiste herinnering?
‘Mijn man Jozef, mijn Pool, heeft romantiek in mijn leven gebracht. Ik wilde een man zo mooi als mijn vader, en die heb ik gevonden. Jozef was erg in trek bij «de vrouwen». Maar hij was ook heel hulpvaardig. En het klikte tussen hem
en mijn vader. Ik speelde vroeger graag piano en ik was dol op boeken, geen zeverboekjes hoor. Ik herinner me nog goed dat als ik een "10" had voor vlijt ik dan van mijn mama 50 cent kreeg waarmee ik twee boekjes mocht gaan kopen aan de kiosk aan het station. Ik las die boekjes al lopend van school naar huis. Er reden toen nog geen auto's.

'Mijn man was oorlogsinvalide en ik ging fulltime werken in Brussel. Toch konden we toen geen huis kopen. Gelukkig kregen we later een sociale huurwoning.'
 

'Zijn er dingen waar je spijt van hebt?
‘Nee. Ik zou alles hetzelfde doen. Ik heb wel moeten werken om er te geraken. Na de oorlog kon je enkel als je véél geld had een huis bouwen.’ Dat ze 57 jaar gehuurd heeft, vind ze niet erg, integendeel. ‘Die sociale woning huren, dat was gemakkelijk. Al vind ik het wel raar dat de mevrouw die onder mij woont voor een identiek appartement 200 euro minder betaalt dan ik. Ik weet dat de huurprijs berekend wordt op basis van je inkomen, maar toch.’‘Die mevrouw kan er maar goed mee zijn’, voegt Wivina er nog wijselijk aan toe.

1944, Bondgenotenlaan in Leuven. 


Ik heb geen jeugd gehad
‘De oorlog meemaken… dat tekent je. Ik zie het nog helder voor mij: een gewonde Duitse soldaat, kreunend van de pijn en een Vlaamse verzetsstrijder die roept om de Duitser dood te schieten. Gelukkig kwam er op dat moment een burger tussen beide en hebben ze de gewonde Duitse soldaat naar het ziekenhuis gebracht. Want een Duitse soldaat
is ook iemands kind. Ik herinner me nog een liedje over een Duitse soldaat “Vaarwel ach lieve moeder teer, ik sterf, weldra ben ik niet meer.”’ Wivina heeft een geraffineerde muziekkeuze. Ze luistert graag naar Italiaanse opera. Haar lievelingslied: Les Pecheurs de perles. Voor haar honderdste verjaardag had ze graag een smartphone gehad waarmee
ze liedjes van toen kan beluisteren. Maar de technologie is te moeilijk voor haar. Ook de televisie van zender veranderen, is moeilijk.


De dag doorkomen
Televisie kijken doet ze nog nauwelijks. Drie keer per week komt Ilse van Thuiszorg langs om te koken en te poetsen. Maar Ilse neemt ook de tijd om naar haar te luisteren. Tijdens het interview voor dit artikel treedt ze ook vaak op als «tolk». De andere dagen gaat Wivina met haar dochters wandelen en eten. ‘Soms zijn mijn dagen heel vervelend.’ Vorig
jaar is Wivina gevallen en sindsdien draagt ze een personenalarm. Haar honderdste verjaardag heeft ze in alle rust laten passeren. ‘Het is een dag als een andere.’

'Na de oorlog kon je enkel als je véél geld had een huis bouwen'
 

Een wijze raad
Wivina noemt zichzelf een romanticus. ‘De mensen zouden wat romantischer moeten zijn. Het mooie zien in het leven, vooral het mooie dat schuilt in kleine dingen. Dat heb ik aan mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen willen meegeven.’

De laatste woonst?
Op de vraag of ze naar een RVT (rust- en verzorgingstehuis) wil gaan, is haar reactie heftig: ‘Geen denken aan. Als ze mij daar naartoe brengen, dan ga ik er lopen.’ Ze is doodsbang voor het ziekenhuis, omdat ze vreest daarna
naar het «rusthuis» te moeten. ‘Volgens mijn dokter kan ik wel 120 jaar oud worden. Ik ben blijkbaar nog kerngezond. Maar ik wil mijn kinderen niet zien sterven. Daarom wil ik nu stilaan «vertrekken». Ik denk, ik hoop, dat ik niet lang meer zal leven.