Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Roots

Tekst en foto's: Els Matthysen, stafmedewerker communicatie VVH

Ex-olympiër Abdel Wahhabi groeide op in een sociale woning, vandaag leert hij kwetsbare jongeren boksen

 

Abdel Wahhabi in Kapelhof in Elen.

De Olympische Spelen in Tokio zijn volop aan de gang. Olympiër ben je niet voor even, maar voor het leven. Olympisch atleet in '92, Abdel Wahhabi, gebruikt zijn know-how van toen om kwetsbare jongeren vandaag te leren boksen. "Door op te groeien in een sociale woonwijk sta ik nog altijd met beide voeten op de grond. Ik besef als geen ander dat je niks voor niks krijgt."

VOORMALIG OLYMPISCH BOKSER ABDEL WAHHABI LEERT KWETSBARE JONGEREN IN GENK BOKSEN

'Probeer om samen van je wijk een warme plek te maken. Ontmoet elkaar, praat met elkaar en probeer iedereen erbij te betrekken.'

In 1992 vertegenwoordigde Abdel Wahhabi (56) België op de Olympische Spelen. Daarnaast is hij al 28 jaar de drijvende kracht achter het project OpBoksen, een boksproject ingebed bij de sociale dienst van stad Genk. Via een preventief beleid werkt hij aan de maatschappelijke weerbaarheid van jongeren. Abdel groeide op in de sociale woonwijk Kapelhof in Elen, een deelgemeente van Dilsen-Stokkem. Later kocht hij een eigen huis in dezelfde straat. Ik ben benieuwd waarom Wahhabi nog altijd in Kapelhof woont.

"Toen ik trouwde heb ik in dezelfde straat een huis gekocht"

Ik ontmoet Abdel Wahhabi (56) bij hem thuis in nummer elf, enkele huizen verder dan waar hij opgroeide. Het is een gerieflijke woning. Aan de muur hangt een cadeau dat hij van het IOC kreeg: een tekening met alle namen van de olympische sporters tijdens het IOC-voorzitterschap van Jacques Rogge (2001-2013, red.). Abdel wijst me zijn naam aan. Tijdens het interview is het een beetje zoeken om zijn levensverhaal gestructureerd te krijgen, maar aan enthousiasme geen gebrek. Voor de fotoshoot trekt hij zijn bokshandschoenen aan en toont me de wijk, zijn wijk Kapelhof.

Marokkaanse roots
Wahhabi was vier jaar toen zijn familie vanuit Marokko naar België emigreerde. De lange autorit van drie dagen staat hem nog helder voor de geest. Hoe ze ’s nachts in België aankwamen, alle straten waren verlicht, iets wat Abdel nog nooit gezien had. Zijn vader, die in Eisden in de steenkoolmijn werkte, had voor zijn familie een huis gehuurd op de privémarkt. Toen eind jaren 70 de sociale woonwijk Kapelhof in het Limburgse Elen, een deelgemeente van Dilsen-Stokkem, werd gebouwd, kreeg de familie Wahhabi als één van de eerste in deze wijk een sociale woning toegewezen.

De sociale woonwijk Kapelhof
Kapelhof is als het ware een lange straat die slingert rond een gemeenschappelijk pleintje. Wahhabi vertelt: ‘Als je Kapelhof binnenrijdt, dan kom je ons huis als eerste tegen: een grote familiewoning met een tuin van veertig meter diep. We waren ook met veel kinderen hè.’ (lacht)

‘Dankzij boksen kunnen kansarme jongeren hun agressie en boosheid beheersen’

Wat zijn je mooiste herinneringen?
‘Mijn ma had als huisvrouw haar handen vol met zoveel kinderen. Ik heb vijf broers en drie zussen. Ik ben de middelste. We stookten op kolen. Ik herinner me nog goed dat ik kolen ging halen in een gietijzeren emmer. En dan samen rond de kolenkachel, de gezellige warmte. Al hadden we een grote tuin, we speelden vooral met vriendjes op het pleintje midden in de wijk.

Nieuwe sociale appartementen in Kapelhof.

Waar nu nieuwe sociale appartementen staan, aan de rand van het plein, stonden grote bomen. Iedereen kende elkaar.
Het was een mooie tijd. Ik was een energiek jongetje, maar ik was ook niet altijd van de gemakkelijkste en altijd paraat voor een of andere kwajongensstreek. Zo ging ik bijvoorbeeld kersen “pikken” bij de buren (lacht hartelijk). Er was veel contact. Gebeurde er iets, dan werd dat onderling geregeld. Toen we hier pas kwamen wonen, waren wij als Marokkaans gezin voor sommige mensen heel speciaal. Het was eind jaren 70. Mensen hadden nog nooit Marokkanen gezien. Ze kwamen kennismaken en brachten dan speelgoed mee voor ons. We werden heel hartelijk ontvangen. In tegenstelling tot nu misschien. Nu zijn het er misschien veel te veel.’ (lacht smakelijk)

‘Ik ben er honderd procent zeker van dat een boksclub er toe kan bijdragen dat jongeren van de straat blijven’

Van nummer één naar nummer elf
Wahhabi vertelt verder: ‘Toen ik trouwde, heb ik in dezelfde straat een huis gekocht. De eigenaar had zijn woning destijds als sociale huurder kunnen kopen. Al ben ik intussen gescheiden, ik woon nog altijd in nummer elf op Kapelhof. Hopelijk woon ik hier binnenkort met een nieuwe partner. (lacht) Waarom ik hier zo graag woon? Wat meespeelt, is dat ik vlak bij mijn familie wilde wonen. (Abdels moeder woont nog in het ouderlijke huis, red.) Maar ik hou vooral van de wijk: een rustige en vooral een veilige buurt. Ik heb nog nooit een vechtpartij meegemaakt. Wat ik wel jammer vind, is dat het hier intussen anoniemer geworden is. Ik ken niet meer iedereen. Maar met één buurman ga ik al achttien jaar lang elke zodag hardlopen. Sport kan mensen verbinden, het kan je een doel geven en mijn buurman is daar het levende bewijs van. Ik werk in Genk. Ik kom meestal tegen 22u thuis van mijn werk. En dan is het altijd fijn om thuis te komen.’
 

Hoe ben je beginnen boksen?
‘Als kind voetbalde ik in de wijk. Ik speelde “voor”, maar maakte geen goals. Dat was frustrerend. Om iets te betekenen in de ploeg nam ik al snel een bemiddelende rol op. En daar ligt de kiem voor wat ik na mijn bokscarrière gedaan heb. Maar ik loop op de zaken vooruit. Op mijn 16de ben ik beginnen boksen, heel toevallig. Een vriend had me meegenomen naar een bokstraining in Maastricht. Ik had meteen de smaak te pakken.’ Abdel toont één van de basisbewegingen en legt uit: ‘De “linkse directe”, daar moet je jaren op trainen. Het moet een automatisme worden.’ Na negen jaar intensieve training vertegenwoordigt hij in 1992 België op de Olympische Spelen in Barcelona. Hij wordt 22ste. Zijn droom, naar de Olympische Spelen gaan, is een feit.

1991 - Abdel wordt kort voor de Olympische Spelen voorgesteld aan Prins Filip. copyright foto VRT



Maatschappelijk geëngageerd: jongeren waarden bijbrengen via de (boks)sport
Na zijn olympische deelname stopt Wahhabi met boksen en onderzoekt hij hoe hij via boksen iets kan betekenen voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. ‘Ik heb verschillende Limburgse mijngemeenten aangeschreven. De dokter die mij net voor de Olympische Spelen geopereerd had – mijn neusbeentje was in acht stukken gebroken – heeft mij geholpen om mijn plan op papier te zetten: jongeren beter leren leven dankzij de bokssport, stoom aflaten op een verantwoorde manier.’ Al was er aanvankelijk best wel wat weerstand. Boksen als een educatieve tool voor kansenjongeren ligt niet voor de hand. Stad Genk stapte als eerste mee in het verhaal.
 

Bokstraining in Genk.

Alternatief jeugdwerk met kansengroepen
‘Om gemeentebesturen te overtuigen ben ik de jongeren letterlijk in hun wijken gaan opzoeken. De eerste twee jaar gaf ik daar les in sport- en jeugdzaaltjes. Maar al gauw vond ik dat de lessen gecentraliseerd moesten worden. De wijkjongeren moesten uit hun nest komen en in contact treden met andere jongeren. Op mijn voorstel heeft stad Genk – in 1992 – alle Genkse kinderen tussen 12 en 18 uitgenodigd in het sportcentrum. Dankzij mijn naamsbekendheid kwamen er vijfhonderd jongeren op af. Dat was de start voor OpBoksen.’ Intussen is Wahhabi al achtentwintig jaar de drijvende kracht achter dit project. OpBoksen is een onderdeel van de afdeling Sociale Zaken van stad Genk met als doel via een preventief beleid te werken aan de maatschappelijke weerbaarheid van kinderen en jongeren. Via wekelijkse bokstrainingen bieden ze jongeren een kader om hun sociale vaardigheden te ontwikkelen. Op 24 jaar tijd breidde het concept uit naar twaalf verschillende locaties in zeven Limburgse gemeenten. Wahhabi: ‘We hebben ook achttien gediplomeerde trainers die allemaal uit het boksproject komen. Het is heel belangrijk dat de trainers dezelfde visie delen: met het boksen jongeren tot rust brengen. We willen hen opleiden tot verantwoordelijke mensen en iets op sportief vlak bijbrengen. Boksen is een ideale manier om de
agressiviteit van jongeren te kanaliseren via strenge regels. Jongeren die blijven trainen, krijgen veel doorzettingsvermogen. Ik ben er honderd procent zeker van dat een boksclub er toe kan bijdragen dat jongeren van de straat blijven.’

Diversiteit troef
Wahhabi: ‘Door het multiculturele karakter van de boksschool leren jongeren beter met elkaar omgaan. Wij laten hen onderling trainen waardoor hun stereotype ideeën positief veranderen. Ze leren ook veel van mekaar. Zo beheersen sommige jongeren de Nederlandse taal niet voldoende. Ze spreken een soort wijktaal, wat hen soms hindert in het vinden van een job. Via het boksen leren ze door met elkaar te communiceren ook mooier praten.’

Alternatief werk tijdens de lockdown
Wahhabi is in dienst van Stad Genk. ‘Toen in maart België in lockdown ging (omwille van Covid-19), kon ik geen bokslessen meer geven en deed ik alternatief werk. Naast kinderopvang in een turnzaaltje op school, ging ik op huisbezoek bij Genkse burgers vanaf 75 jaar om te zien hoe het met ze ging in deze moeilijk tijden door de coronamaatregelen. Dat was heel zinvol en leerrijk werk. Wat me vooral bijblijft? Ook al hebben mensen soms vooroordelen omdat ze iemand niet kennen, dat kan snel verdwijnen van zodra mensen merken dat je oprecht bezorgd en geïnteresseerd bent in hen.’

‘Ik ga al 18 jaar met mijn buurman elke zondag hardlopen. Sport kan mensen verbinden, het kan je een doel geven.’

Wat heeft het leven jou geleerd? Heb je een levenswijsheid?
‘Oordeel niet te snel. Want je kan je zwaar vergissen. Zoek op waarom iets is zoals het is en stel vragen. Al te vaak worden ouders met de vinger gewezen, maar vaak doen zij maar wat ze zelf uit hun opvoeding meekregen. Vaak worden problemen van generatie op generatie doorgegeven.’

Heb je nog een droom?
‘Ik heb mensen via het boksen zien doorgroeien en openbloeien. Ik wil iets betekenen voor jongeren, het verschil maken voor hen. Als ze mij zeggen dat ze door het boksen rustiger geworden zijn, dat ik hen via het boksen geholpen heb om hun school af te maken, dan doet mij dat iets. Zo kwam ik laatst na een achillespeesblessure in het ziekenhuis terecht. De dokter die mij ging opereren, herkende mij onmiddellijk. Ik had hem dertien jaar niet gezien. De laatste keer dat ik hem zag op de bokstraining, vertelde hij dat hij op kot ging en daardoor niet meer naar de trainingen kon komen. Hij zou geneeskunde gaan studeren. Toen hij, dertien jaar later, als chirurg voor me stond, wist ik dat hij was afgestudeerd. En mijn achillespees, die heeft hij schitterend “gerepareerd”. (lacht) ‘En het is niet omdat je bent opgegroeid in een sociale woonwijk dat je het niet kunt maken. Ibrahim Emsallak, de huidige directeur van de Vlaamse Boks Liga groeide op in een Genkse sociale woonwijk. Hij is ook Belgisch kampioen boksen geweest.’

Welke wens heb je voor mensen die in een sociale woning opgroeien?
‘Ik zou hen zeggen: Probeer om samen van je wijk een warme plek te maken. Ontmoet elkaar, praat met elkaar en probeer iedereen erbij te betrekken. Dat doe je niet door mensen uit te nodigen via een briefje in hun bus. Beter is om met enkele mensen het initiatief te nemen en hen persoonlijk via een huisbezoek uit te nodigen voor een drankje, op een zomeravond op het plein. Die persoonlijke aanpak, daar bereik je meer mee.’
 

Abdel: "Probeer om samen van je wijk een warme plek te maken. Ontmoet elkaar, praat met elkaar en probeer iedereen te betrekken."

Sociaal wonen als bron van solidariteit, wilskracht of inspiratie?
‘Door in een sociale woonwijk op te groeien weet ik wat het is om “eenvoudig” te zijn en weet ik dat “gewoon” zijn goed genoeg is. Door hier op te groeien sta ik nog altijd met beide voeten op de grond. Ik besef als geen ander dat je niks voor niks krijgt. Mijn roots hebben mij daarbij geholpen.’

Bekijk hier Abdel Wahhabi in actie op de Olympische spelen in 1992 en vandaag bij OpBoksen.