Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Standpunt

Uit: Jaaroverzicht DE ARK 2017

“Het is heel simpel. Ons is het om de mensen te doen, niet om de stenen”

 

Peter Vanommeslaeghe, directeur van DE ARK, en Björn Mallants, directeur van VVH (Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen), hebben veel gemeen. Peter woont in de Kempen, Björn heeft er zijn roots.

Peter Vanommeslaeghe (links) en Björn Mallants

Beiden ijveren ze voor een rechtvaardig woonbeleid, waarbij iedereen de kans krijgt om een betaalbare en kwaliteitsvolle woning te huren of te kopen. Klinkt ‘doenbaar’, maar veel hoger kan je de lat niet leggen.

Om maar meteen een idee te geven van de omvang van het probleem: op dit moment zijn er in Vlaanderen 400.000 gezinnen die in aanmerking komen voor een sociale woning, en 150.000 sociale woningen. Ga er maar aan staan. In percentages uitgedrukt, kan 15% van de bevolking aanspraak maken op een sociale woning, terwijl het aanbod blijft steken op 6%. De heren laten zich niet afschrikken door het rapport dat Vlaanderen voorlegt, integendeel. “Het toont maar aan hoeveel werk er aan de winkel is,” zegt Björn. Aan strijdvaardigheid geen gebrek.

Hun strijd voor meer betaalbare woningen, verloopt niet altijd van een leien dakje. “De politiek, de commercie en de algemene beeldvorming willen wel eens tegenwerken, maar dat zijn we gewoon. Soms is er onwil mee gemoeid, maar dikwijls heeft het ook te maken met de unieke positie die de sociale huisvestingsmaatschappijen innemen,” vervolgt Björn. “Wij fietsen immers zowat overal tussen. We werken nauw samen met de overheden, maar we zijn geen overheidsinstelling. En we bewegen ons in de economische wereld van de bouwmarkt, maar we zijn geen commercieel bedrijf. Dat kan niet anders dan af en toe een spanningsveld creëren, zowel met politici als met bouwpromotoren en projectontwikkelaars.”

Ook wat de beeldvorming betreft, wordt de sociale woningbouw vaak in een positie geduwd waar het zich liever niet in bevindt. Björn: “We komen te dikwijls negatief in het nieuws. De pers laat ons dikwijls pas aan het woord om te reageren als er ergens een probleem is opgedoken. Daar is gelukkig een kentering in gekomen. Sinds enkele jaren werken we heel bewust aan een positief imago, zowel in de interne als externe communicatie. De sociale woningbouw is een verhaal van mensen die kansen krijgen die ze anders niet, of minstens niet zo gemakkelijk, zouden krijgen. Dat is de boodschap die we nu brengen.”

Peter is het daar volledig mee eens: “We zijn geen opvangcentrum van kansarmen, zoals sommigen ons willen zien. We zijn juist het tegendeel daarvan. We zijn een dam tegen armoede, al was het maar omdat we toch al minstens één grote zorg wegnemen bij de kwetsbaarste mensen in onze samenleving: de garantie op een goede en betaalbare woning.”

“Daar raken we de kern van de zaak,” vult Björn aan. “Wonen is zoveel meer dan huisvesten. Huisvesten is ervoor zorgen dat iemand een dak boven zijn hoofd heeft. Wonen gaat voor ons veel verder. Als ik het in een oneliner zou moeten samenvatten, zou ik zeggen dat het ons om de mensen te doen is en niet om de stenen. Zo simpel is het eigenlijk.” Peter: “Inderdaad. We verkopen en verhuren niet zomaar woningen. We zorgen ook voor een goeie mix van bewoners, voor diversiteit, voor een aangename omgeving, voor contacten en verbindingen met de buurt, voor een sociaal weefsel. Dat kadert in de totaalvisie over wonen die wij in de loop der jaren hebben kunnen ontwikkelen. We noemen DE ARK trouwens ook een woonmaatschappij, geen huisvestingsmaatschappij. Dat is niet toevallig; dat heeft een reden.”

Voor VVH is er een belangrijke rol weggelegd. “We zijn zowel een ledenvereniging als een belangenvereniging,” legt Björn uit. “We brengen onze leden regelmatig samen om ervaringen en info uit te wisselen en we verdedigen de belangen van onze sector. VVH is een perfect instrument om namens de volledige sector te spreken. Wij nemen die totaalvisie dus erg graag, en heel nadrukkelijk, mee in onze communicatie.”