Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Fundamenten

Tekst en foto's: Els Matthysen

Politiek journalist Liliana Casagrande blikt terug op haar jeugd in een sociale woonwijk

 

1968 - Liliana met haar jongere zusje in sociale woonwijk.

Liliana Casagrande is politiek journalist bij Het Belang Van Limburg. In dit interview blikt ze terug naar haar kindertijd in de sociale woonwijk: "Door in een sociale woonwijk op te groeien, heb ik inkijk gehad in diverse sociale situaties. Het was ook een microkosmos met vele deurtjes die toegang gaven tot diverse landen met een rijkdom aan culturen."

Ik spreek af met Liliana Casagrande in de sociale woonwijk Kolderbos in Genk. Het interview doen we in openlucht, coronaproof aan een picknicktafel midden in de wijk. Als politiek journalist bij het Belang van Limburg zit Liliana met korte deadlines, maar ze maakt graag even tijd voor een gesprek over haar roots. Liliana (55) groeide op in drie verschillende sociale woonwijken in Limburg, een periode waar ze met plezier op terugkijkt.

Liliana in Genkse sociale woonwijk Kolderbos.

Liliana werd als oudste van twee meisjes geboren in Houthalen. Haar beide ouders waren tien jaar oud toen ze met Liliana's grootouders in de jaren 50 vanuit Italië naar België emigreerden. ‘De barakken in Meulenberg waar mijn familie in het begin terecht kwamen - noodwoningen van vlak na de oorlog - waren niet bepaald een vooruitgang voor migranten die hun stenen huis hadden achtergelaten om in de mijnen te gaan werken. Later zijn de mijncités gebouwd waardoor ze uiteindelijk goede huizen kregen.’ Toen Liliana geboren werd, woonde ze met haar ouders bij haar grootouders in de Schomstraat in Houthalen, een sociale woning van Kempisch Tehuis. ‘Dat was een leuke wijk. Iedereen kende elkaar.’

Schomstraat in Houthalen.

Naar Kolderbos in Genk
‘Doordat mijn vader in de Fordfabriek in Genk ging werken, zochten mijn ouders een sociale woning dicht bij de fabriek. We verhuisden naar Kolderbos, een gloednieuwe sociale woonwijk in Genk. (red. gebouwd in de jaren 60, nu volop in renovatie). De bomen die de wijk vandaag een groen karakter geven, stonden er niet of ze waren pas aangeplant. Op de bomen na ziet de wijk er nog net zo uit als toen, het zijn nog steeds sociale huurwoningen.’

Kolderbos VOOR renovatie.
Kolderbos NA renovatie.

Wat herinner je je nog van die tijd in Kolderbos?
‘Ik herinner me nog heel goed de landing op de maan in 1969. Ik was toen 3,5 jaar. Mijn papa maakte ons wakker om naar dat historische moment te kijken op televisie, tot groot ongenoegen van mijn ma die meer bezorgd was over onze nachtrust (lacht). Ik herinner me ook nog de kleuterschool die was opgetrokken in een flat in een sociale woonblok in de wijk: één klas boven en één klas beneden. Op mijn eerste schooldag sprak ik geen woord Nederlands. Wat me ook nog helder voor de geest staat, is dat ik samen met mijn zus vanop het kleine balkonnetje naar beneden keek, want meer was er in de wijk niet te doen. Doordat we ons daar niet echt thuis voelden - onze hele familie, op een tante na, woonde in Houthalen - heeft mijn ma een mutatie naar een andere woning aangevraagd. Al vreesde ze wel even dat ze door mijn toedoen (red. zie het verhaal van de oo’s en de aa’s hieronder) de kans op een sociale woning zou verspelen.’

Het verhaal van de oo’s en de aa’s
‘Het contract voor een grotere woning in Houthalen lag op tafel bij ons thuis. Mijn ma zou het de volgende dag gaan afgeven bij de sociale huisvestingsmaatschappij ‘Kempisch Tehuis’. Ik had die dag het lumineuze idee gehad om op dat contract alle oo’s en aa’s met een pen in te kleuren. Mijn ma was in alle staten en was bang dat we dat huis niet zouden krijgen, omdat ik al die bolletjes had ingekleurd. Ik ben toen mee moeten gaan naar dat kantoor (red. Kempisch Tehuis) om op te biechten dat ik dat ingekleurd had. Maar de man achter het loket was niet boos en heeft me een tekening gegeven die ik wél mocht inkleuren (lacht hartelijk). Ik zie me daar nog staan. Ik kon nog niet lezen of schrijven, voor mij waren het allemaal leuke “bolletjes”. Gelukkig hebben we de woning toch gekregen: een huis met een tuin en een garage én in de buurt een échte kleuterschool met een speelplaats. Ik kende daar ook veel meer kinderen vanuit de wijk van mijn oma. Het voelde aan als opnieuw “thuiskomen”. We hebben daar gewoond tot mijn ouders een stuk grond kochten en bouwden. Ik zat toen in het vijfde leerjaar.’

‘Mensen moeten begrijpen dat een sociale woning een privilege is. De maatschappij komt voor een stuk tussen in de huur.’

Wat zijn je meest levendige herinneringen?
‘De mooiste herinneringen heb ik uit de wijk van mijn oma, de Schomstraat, ook een sociale woonwijk, een kilometer verder dan de Tramstraat in Houthalen, de sociale woonwijk waar wij woonden. Omdat mijn ma moest werken, waren we vaak bij mijn oma.

1968 - Liliana met haar jongere zusje.

Het was een heel leuke wijk met heel veel kinderen van mijn leeftijd. De woensdagnamiddagen speelden we samen op straat. In de lagere school is een eigen netwerkje belangrijk hè. Het was een gemengde wijk met verschillende nationaliteiten: veel Italianen, Spanjaarden, Grieken, maar ook enkele Belgen.’ ‘De Italianen kwamen uit verschillende streken. We leerden veel van elkaar. Zo leerde Gemma, een vrouw uit Emilia-Romagna, de streek van de ravioli en de tortellini ons de beste ravioli maken en een buurvrouw uit Abruzzo leerde ons lekkere koekjes bakken. Ook Nederlands hadden we snel onder de knie. Van zodra ik naar de kleuterschool ging, spraken mijn ouders enkel nog Nederlands met ons. Ze wilden dat we goed geïntegreerd zouden zijn. Sindsdien heb ik nooit nog Italiaans met hen gepraat. Maar de mooiste herinneringen heb ik aan het ijskarretje. Als dat stopte in de wijk, dan was het feest. Italianen zijn gek op ijs hè.’

Waar woon je nu en hoe belangrijk is de plek waar je woont?
‘Ik woon nu in Hasselt, in een volkse wijk. Ik zou nooit in een chique villawijk willen wonen en dat komt wellicht door mijn roots. Bovendien vind ik dat je zuinig met grond moet omgaan. Iedereen zijn eigen villa met alles erop en eraan, dat is niet meer van deze tijd. Ik heb bewust gekozen voor een centrale ligging, dicht bij een treinstation en winkels, zo heb ik geen auto nodig. Daarom pleit ik ook voor meer centraal gelegen sociale woonwijken. ’

‘Zorg dat sociale woonprojecten ook mooi zijn, in een groene omgeving, waar mensen graag willen wonen'

Genkse Kolderbos vandaag.
 

Kom je nog in de wijken waar je opgroeide?
‘Als ik daar bij mijn familie op bezoek kom, merk ik dat veel mensen die vroeger sociaal huurden, intussen hun eigen woning gekocht hebben. En dat is mooi. De woningen hebben daardoor een meer persoonlijke uitstraling gekregen. Mensen doen hun best om zich van elkaar te onderscheiden. Eerst huren en later de woning kopen, dat vind ik een goed systeem. Daardoor kunnen mensen ook in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. Want een goed netwerk is essentieel om je thuis te voelen en dat bouw je niet zo gemakkelijk terug op.’

Hebben jouw roots een impact gehad op jouw job als journalist?
‘Absoluut. Door in een sociale woonwijk op te groeien, heb ik inkijk gehad in diverse sociale situaties: mensen met veel kinderen, mensen met een handicap of een ander probleem... Het was ook een microkosmos met vele deurtjes die toegang gaven tot diverse landen met een rijkdom aan culturen. Doordat je daar dichter op elkaar leeft, leer je elkaar ook beter kennen en beter begrijpen. Deze mix van culturen heeft mijn wereldbeeld zeker verruimd. In ieder geval heeft het mij meer inzicht gegeven in hoe een maatschappij functioneert. Het heeft me nieuwsgierig gemaakt. Ik wilde die verschillen begrijpen, maar vooral ook situaties verbeteren. En dan zit je al gauw bij de politiek want als je maatschappelijk invloed wil hebben, dan opereer je van bovenuit. Maar daarvoor is het belangrijk om te beseffen wat er onderaan gebeurt. Al kan ik zelf niets veranderen, als journalist kan je wel de zweep leggen op heikele thema’s. Ik kan politici “jennen” als het ware, dingen onder de aandacht brengen waardoor er zaken moeten veranderen.'

Liliana in Kolderbos.

Vermijd monoculturen
'Het helpt om als migratiekind opgegroeid te zijn in sociale woonwijken. Als het bijvoorbeeld gaat over taal en onderwijs, een thema dat me na aan het hart ligt, dan weet ik wat het betekent als je de taal niet spreekt. Als je plots in het Nederlands naar school gaat, dat je het moet uitzweten doordat je thuis geen Nederlands spreekt. De kloof tussen autochtonen en allochtonen is nergens zo groot als in Vlaanderen. Te veel schoolverlaters, vooral allochtone kinderen, hebben geen diploma. Dat zijn dingen die je in sociale woonwijken kan aanpakken door bijvoorbeeld ook monoculturen te vermijden. Door het gemengde publiek kunnen kinderen niet anders dan in het Nederlands met elkaar communiceren. Intussen is er in Kolderbos een heel goede school gekomen, de Europaschool met taalonderwijs voor een multicultureel publiek. Dat is ook goed aan de wijk hier. Het is hier geen monocultuur, je hebt hier allerlei nationaliteiten. Een monocultuur in de wijk leidt tot een monocultuur in de school en dat is niet goed. Dan spreken de kinderen onder elkaar geen Nederlands, dan leren ze minder van elkaar. Ze ontwikkelen dan een veel enger wereldbeeld.’

Hoe ziet een werkdag als politiek journalist bij het Belang van Limburg eruit?
'Een werkdag start steevast met het beluisteren van het Radio 1-nieuws. Ik neem alle kranten door, ook de Waalse, en bekijk als politiek journalist uiteraard ook de agenda’s van het Vlaams Parlement en de Kamer waarna ik een aantal mensen opbel of mensen contacteren mij. Daarna kies ik een nieuwsitem waar ik me de rest van de dag in vastbijt. In de loop van de dag komen er dan vaak nog andere dingen bij. Tegen 22u moet alles nagelezen zijn door de eindredactie.’

‘Hecht belang aan mooie architectuur. En dat hoeft niet duur te zijn.’

Sociaal wonen komt vaak negatief in de media. Welke positieve dingen zouden meer in de kijker moeten komen?
‘Als wij als journalist sociaal wonen oppikken is dat omdat mensen vaak te lang moeten wachten op hun woning of omdat de kwaliteit soms niet goed is. Uiteraard heb je veel goede woningen. Waar ik woon in Hasselt bijvoorbeeld, staat er op beide hoeken van de straat een sociaal woonproject dat heel goed geïntegreerd is. Het zijn flatjes die niet hoger zijn dan de andere in de buurt. Het zijn degelijke woningen met terrassen. Je ziet het verschil niet met de andere woningen in de straat. En dat is goed. Ook de woningen die voor de mijnwerkers gebouwd zijn, waren heel degelijk. Het zijn vooral die hoogbouwwoningen uit de jaren 70 die nu problemen geven. Die flatgebouwen worden nu gesloopt. Het positieve wat ik wil benadrukken, is het sociale netwerk in een wijk, ook de mix van verschillende culturen wat ik eerder aanhaalde is een enorme troef. Ook een mix van leeftijden waarbij diverse generaties elkaar kunnen helpen.’

Boven de inkomdeur van elk gebouw staan twee tot vier sterren, het resultaat van een initiatief van het Kolderbos Actie Comité

Als je rondloopt in de wijk zie je boven de inkomdeur van elk gebouw “sterren” staan, van twee tot vier sterren. Nieuw Dak verduidelijkt: ‘De “sterren” tonen een initiatief van het Kolderbos Actie Comité. Dit was een samenwerking van Nieuw Dak, Stad Genk en de bewoners van Kolderbos. Met deze actie wilden we de bewoners in de wijk op een positieve manier stimuleren om zorg te dragen voor hun thuis, zowel binnen als buiten. De stadswacht deed een wekelijkse check-up van de buitenkant van het gebouw en de wijkmeester van Nieuw Dak deed hetzelfde voor de gemeenschappelijke delen. Via een puntensysteem werden de sterren toegekend. Hoe meer sterren, hoe beter! Het was een gezonde competitie tussen de bewoners van de gebouwen, een echte win-win. De bewoners van de gebouwen die 4 sterren kregen (het maximum) zette Nieuw Dak in de bloemetjes. Zij kregen een beloning voor hun inzet.

Welke tip heb je naast de culturele mix nog voor sociale huisvestingsmaatschappijen?
‘Vermijd afgelegen woonprojecten. Als mensen geen auto nodig hebben, kunnen ze enorm veel geld uitsparen. Zorg dat sociale woonprojecten ook mooi zijn, in een groene omgeving, waar mensen graag willen wonen. Hecht belang aan mooie architectuur. En dat hoeft niet duur te zijn. In Leuven achter het station (red. Werkhuizenstraat) staat een mooi groot gebouw met kleurige panelen. Beneden heb je de muziekacademie en winkels. Maar daarboven zijn het sociale woonappartementen. Die zijn heel mooi, met zicht op het plein. Degelijke woningen, goed gelegen, vlak bij het stadscentrum.’

Sociale woningen, Werkhuizenstraat in Kessel-Lo, Leuven.

Heb je wensen voor mensen die in een sociale woning wonen?
‘Mensen moeten begrijpen dat een sociale woning een privilege is. De maatschappij komt voor een stuk tussen in de huur. Ook al hebben mensen er recht op, wees dankbaar dat je het krijgt. Ik wens hen toe dat ze kunnen doorgroeien naar een private woning. Je hoeft niet je hele leven in een sociale woning te blijven. Langs de andere kant is het belangrijk dat mensen in hun wijk kunnen blijven. Een gemixte wijk met zowel sociale als private woningen, daar geloof ik in. Geef daarom mensen de kans om hun sociale woning te kopen.

Wat heeft het leven jou geleerd?
'Wees nieuwsgierig en grijp je kansen. Ik geloof niet dat je moet wachten tot het geluk zich aandient. I don’t think so (lacht). Je kan je geluk ook een beetje afdwingen.'