Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Standpunt

Tekst: Björn Mallants, directeur VVH

VVH maakt bilan op van keuzes in sociaal wonen van deze regering

 

Belangrijke beslissingen voor onze sector
in laatste ‘superministerraad’

Net voor de zomervakantie (het reces) werd naar goede (sic) gewoonte een hallucinant aantal dossiers door de Vlaamse Regering gejaagd.

Omdat dit de laatste superministerraad van deze legislatuur was, bleek zowel de kwantiteit als de kwaliteit – niet te lezen als een waardeoordeel, maar als het belang voor deze regering – zeer groot.

https://issuu.com/cm-ledenbladen/docs/vs20_16.11.2018/1?ff&e=3074407/65889955

De hoofdvogels die werden opgepikt in de pers waren geen dossiers in onze sector. Hoewel een aantal dossiers natuurlijk wel een belangrijke impact zullen hebben: het beleidsplan ruimte Vlaanderen, klimaat en energie en woningkwaliteit. Uiteraard werden er in het beleidsveld wonen ook verschillende dossiers goedgekeurd, waaronder de concrete invulling van bescheiden huurwoningen, de aanpassing van de huurpremie en –subsidie en vooral de aanpassing van de Vlaamse Wooncode en het Kaderbesluit Sociale Huur. Dit laatste is een voortvloeisel van de uitgebreide vereenvoudigingsoefening van het Steunpunt Wonen rond de sociale huurreglementering en de expertencommissie die dit vertaald heeft in concrete voorstellen.
Na deze laatste opstoot van regelgevende initiatieven, is het het uitgelezen moment om een bilan op te maken van deze legislatuur, vertrekkend van de vijf speerpunten uit het VVH-memorandum van 2014.

Het ingrijpend uitbreiden van het aanbod sociale woningen blijft essentieel

1. Nood aan sociaal wonen
De nood aan sociaal wonen wordt niet ontkend. Meer nog, deze regering heeft, ondanks een initiële besparing, bijkomende budgetten vrijgemaakt voor sociaal wonen. En de sector heeft intussen bewezen dat ze deze investeringsvolumes aankan. Zowel op het vlak van nieuwbouw als bij renovatie is de afgelopen jaren het productievolume sterk toegenomen. Ook de middelen van het Vlaams Klimaatfonds en de Europese EFRO-middelen maakten extra investeringsvolumes mogelijk. De aangepaste huursubsidie en -premie, met een hoger bedrag en een veel bredere doelgroep, illustreren de grote nood én concrete maatregelen om dit op te vangen. Let wel: dergelijke initiatieven zijn vooral aanvullend én een tijdelijke oplossing. Het ingrijpend uitbreiden van het aanbod sociale woningen blijft essentieel.

In de huurprijsberekeningen zullen de inkomens van alle bewoners meegenomen worden, de energiecorrectie is geactiveerd en een sociale huurschatter zal de marktwaardes bepalen

2. Financiering
VVH schreef een uitgebreide nota Het hellend
Vlak met tal van voorstellen om in de huurprijsberekening aanpassingen te doen om de precaire financiële situatie van de sector op te lossen. Hoewel er in deze legislatuur geen grote aanpassingen waren, konden enkele ingrepen toch tijdelijk de situatie remediëren: de inkomens van alle bewoners zullen in de toekomst meegenomen worden in de huurprijsberekening, de energiecorrectie wordt geactiveerd, een sociale huurschatter zal de marktwaardes bepalen... Geen wonderoplossingen,maar de inkomsten van de sector zullen wel toenemen. Ons sociaal woonmodel heeft hierdoor tijd gekocht, maar een structurele oplossing blijft nodig.

3. Vlaams beleidsveld sociaal wonen
In deze legislatuur is er veelvuldig overleg geweest – zowel formeel als informeel – met de Vlaamse administraties (de VMSW, Wonen Vlaanderen, de afdeling Toezicht en de Visitatieraad). VVH is vertegenwoordigd in vele belangrijke organen, zoals de Beoordelingscommissie, de Commissie Rekening Courant, Slim Wonen en Leven, de Vlaamse Woonraad... en neemt zelf het voorzitterschap op van het Overlegplatform Sociaal Wonen. Een regelmatig overleg met alle administraties werd op poten gezet. Enkel het overleg met het kabinet Wonen bleek beperkt. Over veel belangrijke dossiers werd niet of nauwelijks overleg met de sector gepleegd. Dat is spijtig, want dan moeten bijvoorbeeld in de adviezen van de Vlaamse Woonraad of informele contacten met het kabinet vaak technische zaken worden aangekaart.

4. Lokaal woonbeleid
De rol van de gemeente als regisseur van het lokaal woonbeleid werd deze legislatuur versterkt. In het nieuwe Procedurebesluit is opgenomen dat sociale woonprojecten niet enkel moeten besproken worden op het lokaal woonoverleg, maar dat de gemeente hiervoor ook een woontoets moet uitvoeren. Concreet: beoordelen of het project past binnen de lokale visie op sociaal wonen. Wel is het spijtig dat niet is nagegaan of een lokale invulling van een bindend aandeel sociale woningen binnen het vergunningsbeleid van de gemeente kan ingepast worden. Vele Europese voorbeelden geven aan dat dit nochtans perfect kan binnen de Europese regelgeving. Veel gemeenten proberen om dit toe te passen, bijvoorbeeld via een RUP... De Raad van State heeft overigens in een recent arrest duidelijk gemaakt dat dit ook wettelijk kan. Het is dan ook een gemiste kans dat deze Vlaamse Regering hier geen transparant en eenduidig instrument voor heeft uitgewerkt. Hopelijk voorziet de volgende Vlaamse Regering hier wel in.

We voorzien geen crisisopvang. Wij voorzien wonen voor wie het financieel niet alleen aankan. De afbakening daarvan zit in de inschrijvingsvoorwaarden.

5. Rol sociale huisvestingsmaatschappijen
Aan de ene kant werden een aantal maatregelen genomen om de opdracht van sociale huisvestingsmaatschappijen (te) eng af te bakenen in functie van acute woonnood. Vaak symbolisch van aard. Toch zijn tijdelijke huurcontracten, onwerkbare verstrengde eigendomsvoorwaarden en overbezettingsvergoedingen een illustratie van een beleidsvisie die opschuift van een sociaal zekerheidsmodel naar een bijstandsmodel. Sociale huisvesting wordt meer en meer een opvangmodel voor wie het echtnodig heeft met verregaande inmenging en controle op de situatie van de huurder. Dit is niet de richting die wij zien voor onze sector. Wij bieden sociaal wonen aan, waarbij zowel sociaal als wonen centraal staan. Dat wonen is niet anders dan voor de overgesubsidieerde middenklasser met zijn Woonbonus (zonder allerhande voorwaarden), die overigens veel meer kost. Wij voorzien geen crisisopvang. Wij voorzien wonen – in de volle betekenis van het woord – voor wie het financieel niet alleen aankan, en dat is onze sociale dimensie. De afbakening daarvan zit in de inschrijvingsvoorwaarden. Per definitie is die nood opgelost als een sociale woning is toegewezen. Laten we inzetten op het aanmoedigen van mensen om andere opties op de woonmarkt te overwegen als dat kan.
Maar laten we hen niet straffen door hun woning af te nemen want dat leidt tot ongewenste keuzes in functie van de formaliteiten en niet in functie van de effectieve behoefte. Aan de andere kant wordt toch ruimte gemaakt om de rol van sociale projectontwikkelaar verder uit te diepen. Het bescheiden woonaanbod kreeg op de laatste regering een concrete invulling. Hierdoor is de kans groot dat er meer van dergelijke projecten op poten zullen worden gezet. De krijtlijnen van de invulling van dit systeem en de doelgroep zijn duidelijk nu, waardoor dit een interessant bijkomend instrument kan worden in het sociaal woonbeleid. Ook de mogelijkheid om hier infrastructuursubsidies voor te krijgen, maakt dit tot een haalbare optie. Dat geldt overigens ook voor de sociale koopwoningen waarbij in gemengde ontwikkelingen – op expliciete vraag van de sector – infrastructuursubsidies voorhanden zijn. Dergelijke gemengde ontwikkelingen zijn belangrijk om het draagvlak van sociale woonprojecten te vergroten en om door lokaal maatwerk flexibel in te spelen op een effectieve nood. En dat vaak ook, met succes, in samenwerking met andere lokale publieke en private actoren, zoals onze vorige Prijs Inspirerend Sociaal Wonen heeft aangetoond


Een bilan
Hoewel een grondige vereenvoudiging van de regelgeving, een sluitend financieringsmodel, een duidelijke visie op sociaal wonen en een evolutie richting de brede sociale woonmaatschappij niet werden gerealiseerd, zijn er voor de speerpunten uit het memorandum van VVH uit 2014 wel degelijk stappen gezet. Vaak mee aangestuurd door onze sector binnen lopende initiatieven. Maar er zijn voor deze speerpunten nog veel extra stappen nodig. Het geleverde werk bijvoorbeeld op het vlak van vereenvoudiging en financiering is misschien niet uitgemond in een grote omslag, maar de initiatieven zijn niet verloren en het kan een basis vormen voor toekomstige initiatieven. VVH hoopt dat de volgende Vlaamse Regering werk maakt om verder in deze richting te gaan en te kiezen voor een werkbaar, transparant en globaal sociaal woonmodel. Belangrijk zijn de stappen die nu al gezet zijn. Laten we daarop voortbouwen. Zoals altijd zijn we ook nu bereid om daar vanuit een constructieve dialoog aan mee te werken.