Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Roots

Tekst & foto's: Els Matthysen, stafmedewerker communicatie, VVH

Topchirurg Baki Topal groeide op in een sociale woning

 

Baki Topal, een Leuvense topchirurg.

Baki Topal, een Leuvense topchirurg gespecialiseerd in de behandeling van pancreas- en leverkanker, groeide op in een sociale woning in het Limburgse Heusden-Zolder. In dit interview vertelt hij onder andere hoe hij zijn jeugd ervaarde.

Ik ontmoet Baki in de herfst van 2015 bij zijn ouderlijke huis waar hij als kind van een mijnwerkersfamilie gelukkig opgroeide. ‘We konden ons aan elkaar optrekken en dat maakte dat we als groep verder geraakten.’ Nog nooit zei iemand die ik interviewde: ‘Bedankt om tijd vrij te maken.’ Dat typeert Baki ten voeten uit: een empathisch en zeer sociaal man, met een hart voor zijn medemens. ‘Ik ben in Turkije geboren, in Trabzon aan de Zwarte Zee. In 1970 emigreerde ik als vijfjarig jongetje naar België. Mijn vader werkte sinds 1965 in de Limburgse mijnen en woonde tijdelijk in een mijnwerkerslogement. Toen hij in 1970 een sociale woning toegewezen kreeg, is ons gezin kunnen overkomen. Ik herinner me het nog goed, die nacht dat we met het vliegtuig in Brussel arriveerden en dan met een busje van een vriend van mijn vader naar Limburg gebracht werden. Ik heb van mijn vijfde tot mijn achttiende in de sociale woonwijk Onder de poort in Heusden-Zolder gewoond.’

Ik zou willen dat huurders terug meer met elkaar zouden omgaan"

Hoe was het om in een sociale woonwijk op te groeien?
‘Ik heb er heel mooie herinneringen aan. Het was een fijne tijd. Het zijn ook essentiële jaren in de
ontwikkeling van een kind. Die ervaringen leggen de basis voor je verdere persoonlijke ontplooiing
en carrière.’

Heb je nog broers en zussen?
‘Ja, veel (lacht). Ik ben de negende in een rij van tien kinderen. In eerste instantie zijn enkel mij
drie zussen, mijn één jaar oudere broer en ik met mijn mama en mijn papa naar België gekomen.’

Wat is je meest levendige herinnering?
‘Vooral de hechte sfeer tussen de mensen is me bijgebleven. Het was één grote familie, iedereen
wist alles van elkaar. Ook wat we uitspookten (lacht). De mensen leefden vaak buiten op straat,
zelfs in de winter. Het was vooral een Turkse gemeenschap, maar er woonden ook mensen van
Marokkaanse en Spaanse origine en ook enkele Belgen. Toch was het één gemeenschap. Bijna alle
vaders werkten in de steenkoolmijn wat verderop.’

Mijnmuseum Heusden-Zolder

Hoe heb je vanuit een mijnwerkersfamilie de drive gevonden om geneeskunde te studeren?
‘Mijn vader is naar België gekomen om zijn kinderen een betere toekomst te geven. Hij wilde
hier de mogelijkheden vinden om zijn kinderen te laten studeren. Het contrast met zijn werk in
de mijn was enorm. Ik herinner me nog goed zijn zwart omrande ogen wanneer hij rond zeven uur
’s morgens thuiskwam van de nachtshift. Op dat moment vertrokken wij naar school. Als kind besef
je eerst niet hoe zwaar en gevaarlijk het werk in de mijnen is. Tot we een keer ondergronds geweest
zijn en zagen onder welke omstandigheden onze papa’s werkten. Daardoor besef je dat studeren
belangrijk is.’

Veel van onze buren hebben mooie carrières uitgebouwd"

Ging iedereen uit de wijk verder studeren?
‘Veel van onze buren zijn aan hoger onderwijs begonnen en sommigen zijn ook afgestudeerd.
Ze hebben mooie carrières uitgebouwd. Dat is helaas anders nu.’

Hoe is sociaal wonen veranderd tegenover vroeger?
‘We leefden in een andere wereld, zonder technologie, en hadden daardoor veel meer contact met
onze buren. We konden ons aan elkaar optrekken en dat maakte dat we als groep verder geraakten.
Het was de kracht van de synergie. Die teamspirit is helaas verdwenen. Nu is iedereen meer individualistisch, egocentrisch tot op het narcistische af. Hoewel iedereen nu veel meer middelen heeft, hebben mensen het als eenling veel moeilijker. Door de krachten te bundelen wordt elk individu sterker. Ik herinner me nog goed hoe we samen met de buurjongens onze eerste fets in elkaar staken. Als iemand een idee had, dan werkten alle jongens daaraan mee. De ene verfde, de andere maakte de spaken van de wielen. Het resultaat was een zelfgemaakte fets die we met elkaar
deelden. De waardering van het weinige, dat is iets wat kinderen vandaag niet meer kennen.’

Je staat bekend als een empathische chirurg. Hebben jouw roots daarin meegespeeld?
‘Dat denk ik wel. Maar ook chirurgen kunnen zachtaardig zijn (lacht). Ik wil de barrière tussen de
zorgbehoevende en de professional zo laag mogelijk houden. Kankerpatiënten zijn mensen die het
zeer moeilijk hebben. Zij verdienen elke vorm van medeleven en affectie. Uiteraard kan ik ook hard
en zakelijk zijn. Alles hangt ervan af wie er tegenover mij zit. Communicatie gaat over connecteren.
Als je openhartig bent, dan is het leven ook veel lichter.’

Wat heb je, naast talent, nog nodig om het te maken?
‘Doorzettingsvermogen en een entourage die je steunt en de dingen faciliteert. Het belangrijkste
is de kracht van de kleine gemeenschap: je gezin, je familie. Als dat gaat vervagen, kan je in tweede
instantie terugvallen op je gemeenschap. Als die er ook niet meer is en je zonder entourage, louter als individu, ergens wil geraken … Daar slagen er niet veel in.’

Is jouw kader bepalend geweest om later geneeskunde te gaan studeren?
‘De interactie tussen de bewoners van onze sociale woonwijk ligt grotendeels aan de basis van mijn
drive, mijn enorme wilskracht en mijn doorzettingsvermogen. Ook het gezin waarin ik opgroeide
heeft een belangrijke rol gespeeld. De filosofie van mijn ouders om hun kinderen een betere
toekomst te willen geven, draag ik ook uit bij mijn medewerkers. Ik wil dat zij beter worden dan ik.
Dat is de enige manier om vooruit te geraken. Hoe ik dat doe? Ik betrek hen bij de processen en vraag hen wat zij ervan vinden. Ik geef mijn personeel een zekere zelfstandigheid, waardoor ze nog meer gemotiveerd zijn.’

Werkt dat ook voor huurders in een sociale woonwijk? Welke wens heb je voor hen?
‘Of je nu in een sociale woonwijk of in een villawijk woont, een woonwijk is een netwerk. Hoe mensen met elkaar omgaan in dat netwerk bepaalt of je ergens al dan niet graag woont. Ik zou willen dat huurders terug meer met elkaar zouden omgaan, dat ze de kracht en de voldoening zouden ervaren door zelf dingen te realiseren.’

Welke rol kan een SHM spelen om haar huurders dichter bij elkaar te brengen?
‘Het is goed dat sociale huisvestingsmaatschappijen mensen een dak boven hun hoofd bieden,
maar er is meer nodig. De essentie van wat je hen moet aanbieden is curiositeit, creativiteit en verantwoordelijkheid. Als er geen curiositeit is, is er ook geen creativiteit. Als de creativiteit ontbreekt, dan gaan mensen ook niet meer zelfstandig functioneren, want er wordt voor hen gezorgd. Als je alles op een dienblaadje krijgt aangeboden, waarom zou je dan zelf nog iets ondernemen? Laat huurders daarom zelf beslissen wat ze bijvoorbeeld met een binnenpleintje willen doen. Laat hen ook bijdragen in de realisatie ervan. Wat je zelf creëert en beheert, koester je des te meer.

Hoe omgaan met diversiteit?
Wat diversiteit betreft, denk ik dat het een goede zaak is om die multiculturele context in een
positieve richting te sturen. Hoewel mensen anders leven in diverse culturen kan je hen goed
laten samenleven als je het als SHM een beetje stroomlijnt. Stimuleer het initiatief van mensen.
Zorg dat ze elkaar beter leren kennen. Dat leidt tot meer respect en tot meer begrip. Het gevolg is
minder nachtlawaai en minder criminaliteit. Waar ik opgroeide stonden de deuren dag en
nacht open. Er was geen criminaliteit. Toen ik daar laatst overdag in het weekend kwam, viel het mij
op dat er niemand op straat was. Zelfs geen spelende kinderen.’

Als je het in aanmerking komen voor een sociale woning koppelt aan het verplicht leren van het Nederlands, gaan mensen zich uitgesloten voelen"

Heb je tips om efficiënter te communiceren in een multiculturele huurdersgemeenschap?
‘Als je het in aanmerking komen voor een sociale woning koppelt aan het verplicht leren van het
Nederlands, gaan mensen zich uitgesloten voelen. Uitgeslotenheid – daar zijn honderden wetenschappelijke bewijzen van – leidt tot achteruitgang van de gemeenschap en van de maatschappij: meer criminaliteit, meer (jeugd-)werkloosheid. We moeten synergetisch werken, met een beetje geven en nemen. Laat huurders daarom zelf beslissen of ze al dan niet Nederlands leren. Als ze dat zélf beslissen, zijn ze meer gemotiveerd. Mensen beseffen heus wel dat ze met de kennis van het Nederlands verder geraken. Als hen hun eigen taal niet wordt afgenomen, als het Nederlands niet wordt opgedrongen, dan toon je respect. Als je als SHM de inspanning zou doen om bijvoorbeeld een freelance tolk in te schakelen – al was het maar kortstondig – dan zou je met minder inspanningen op lange termijn veel meer kunnen bereiken. Ik weet wel dat een SHM wettelijk enkel in het Nederlands mag communiceren, maar is het niet hun taak om aan de politiek duidelijk te maken dat het opdringen van een taal niet werkt?’

Zorg dat huurders elkaar beter leren kennen. Dat leidt tot meer respect en tot meer begrip

Je hebt als baseline op je Twitteraccount: The Essence of Life. Hoe vul je dat in?
‘Als ik aan het werk ben, dan weet ik dat ik ’s avonds mijn dochtertje zal zien en dat drijft mij,
net zoals ook mijn kleine kring van mensen die er echt toe doen. Daarnaast is mijn beroep uiteraard
ook zeer belangrijk. Ik doe mijn werk als chirurg ontzettend graag. Zowel de technische kant als de
omgang met mensen – waar ik heel bewust tijd voor maak – boeien mij enorm. Daarnaast is de
balans tussen de professionele en de persoonlijke leefwereld essentieel. Ik probeer van het leven te
genieten en probeer altijd van iets negatiefs iets positiefs te maken en vrede te nemen met hoe iets
is. Wat er echt toe doet, is hoe je zelf tegenover de dingen staat, want de wereld is een reflectie van
onze perceptie.’