Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord
Fundamenten

Tekst en foto's: Els Matthysen

Acteur en zanger Davy Gilles beleefde een fijne jeugd in een sociale woonwijk

 

Davy Gilles groeide op in de sociale woonwijk Wingeveld in Sint-Joris-Winge.

Davy Gilles, acteur, zanger en ster bij de Romeo's, blikte samen met journalist en huisfotograaf Els Matthysen coronaproof terug op zijn fijne jeugd in sociale woonwijk het Wingeveld in Sint-Joris-Winge. "Samen met mijn vrienden voetballen in de wijk, dat was als thuiskomen voor mij. Het mooiste is dat mijn kameraden van toen ook nu nog mijn beste vrienden zijn."

Davy Gilles (44), is een Vlaamse zanger en acteur. Al 25 jaar lang is Davy op de baan en kon je hem wel ergens zien zingen* (op festivals, in theaters, in musicals) met de boysband De Romeo’s, met zijn vrouw Sasha of solo. Maar ook op televisie kon je hem al zien als acteur in verschillende Vlaamse televisieseries. Dat hij opgroeide in een sociale woonwijk, dat heeft hem veel bijgebracht, zowel op sociaal vlak, maar ook als bron van inspiratie. 'Ik heb heel snel voor mezelf leren zorgen en de wijk heeft mij daarbij geholpen.

* Sinds corona is dat weggevallen en liggen de optredens stil.

'Opgroeien in een sociale woonwijk heeft ervoor gezorgd dat ik met heel verschillende mensen kan omgaan. Ik ben graag tussen de mensen, tussen het volk.’

Ik spreek af met Davy bij hem thuis in Westerlo in de Antwerpse Kempen. Met de gitaar nog in de hand komt hij opendoen. ‘Net wat inspiratie gehad. Die melodieën neem ik dan op met mijn gitaar.’ Ik ontmoet een warme man, hartelijk, open en ondanks zijn grote succes nog steeds met de beide voeten op de grond. Davy Gilles was twee jaar oud toen zijn ouders in 1978 naar de sociale woonwijk het Wingeveld in Sint-Joris-Winge tussen Aarschot en Diest verhuisden. Kort daarna werd zijn zusje Priscilla geboren. Zijn vader was drummer, zijn moeder poetsvrouw. Davy woonde in de wijk tot zijn twintigste.

Davy Gilles voor zijn ouderlijk huis in het Wingeveld, Sint-Joris-Winge.

Wat zijn je mooiste herinneringen uit het Wingeveld?
‘Als ik thuiskwam van school, gooide ik mijn boekentas aan de kant en ging ik met mijn vrienden in de wijk voetballen. Er was een groot grasveld, vlak bij ons huis, midden in de wijk. We legden met truitjes twee goaltjes en we waren vertrokken. Ik was elf toen mijn ouders uit elkaar gingen. Samen met mijn vrienden voetballen in de wijk, dat was als thuiskomen voor mij. Het mooiste is dat mijn kameraden van toen ook nu nog mijn beste vrienden zijn. Dat die hechte band van toen er nog altijd is, dat vind ik heel bijzonder.’

Van voetbal naar zang
Alles begon op het grasveld in de wijk waar hij voetbal speelde met zijn kameraden bij SJV Motbroek. Davy werd al heel snel “door-verkocht” aan Diest om daar bij de Nationale miniemen te voetballen. ‘Tot mijn dertiende voetbalde ik op hoog niveau tegen ploegen zoals Anderlecht en RWDM, grote namen uit het voetbal die we allemaal kennen. Maar al snel begon ik meer en meer zin te krijgen om te gaan zingen. Mijn vader speelde met zijn twee broers in een balorkest. Nonkel Franky en nonkel Jos zongen de liedjes, mijn papa drumde. Dat muzikale zat blijkbaar ook in mij.’

Grasveld in de wijk waar Davy voetbal speelde met zijn vrienden. 

‘Samen met mijn vrienden voetballen in de wijk, dat was als thuiskomen voor mij. Het mooiste is dat mijn kameraden van toen ook nu nog mijn beste vrienden zijn.'

Eerste optredens voor de spiegel bij “tante Martha”‘
Ik heb veel mooie herinneringen aan de tijd in ‘t Wingeveld. Zo was er Martha, de zus van een nonkel van mij. Zij heeft mij altijd enorm gesteund. Toen ik een jaar of 10 was, liet ze mij altijd optreden in haar living voor een grote spiegel. Dan zong ik Danny de Munk maar ik deed ook de dansmoves van Shakin’ Stevens. Als het thuis wat moeilijker was – mijn ma had het best wel eens moeilijk om als alleenstaande moeder voor ons te zorgen – dan ontfermde Martha zich over mij. Zij was een houvast.’

Zijn grote held: Danny de Munk

Davy met zijn idool Danny de Munk


Vanaf zijn 11de deed Davy mee aan sound-mixshows in de buurt waar hij alle liedjes van Danny de Munk zong, niet enkel zijn beroemdste liedje “Ik voel me zo verdomd alleen.” ‘Ik heb toen heel wat prijzen mogen winnen, van een strijkijzer tot een microgolf-oven.' (lacht) 'Ik zong live met muziek op de achtergrond. Ik merkte al heel snel dat het gevoel voor het zingen veel sterker was dan het gevoel om te voetballen ondanks het feit dat men zei dat ik veel talent had om prof-voetballer te worden.’ (Davy zegt dit in alle bescheidenheid).

Ook een pittige tijd
Toen zijn ouders uit elkaar gingen – Davy was 11 jaar – bleven hij en zijn zusje bij hun moeder wonen in het Wingeveld. ‘Ik herinner me nog goed dat ik heel veel kleren kreeg van mijn neef via mijn meter die 300 meter verder woonde. Doordat mijn ma sociaal kon huren, was de maandelijkse huur minimaal. Ze is er daardoor altijd net in geslaagd om haar hoofd boven water te houden. Al moest ik wel zelf uitzoeken hoe ik op alle soundmix-showkes kon geraken want ook al had ze een auto, geld voor de benzine was er niet. Maar daardoor heb ik geleerd om van jongs af aan mijn plan te trekken en te gaan voor mijn dromen.’

Sociaal wonen als bron van wilskracht
Op zijn veertiende wist Davy al dat hij zanger zou worden. Twee jaar later trok hij op z’n eentje naar de showbizzschool in Oostende waar hij zang, drama en dictie volgde. Zijn leerkrachten noemden hem vaak «de nieuwe Will Tura». ‘Ik woonde in Oostende in een gastgezin. Ook al was ik vastberaden, na vier maanden was de heimwee te groot. Ik ben dan terug naar huis gegaan en volgde privé-zang-lessen die ik betaalde met geld dat ik verdiend had met verschillende vakantiejobs.’

'Ik heb heel snel voor mezelf leren zorgen en de wijk heeft mij daarbij geholpen'

Van acteur naar Romeo naar Sasha & Davy
Davy wist de kansen die hem werden aangereikt met beide handen te grijpen. Zijn geheim wapen: een goede voorbereiding. ‘Toen ik een jaar of twintig was, speelden we een voetbalmatch – ik ben blijven voetballen in mijn vrije tijd – tegen acteurs van Familie. Na de match vroeg de producer van Familie of ik een auditie wilde doen voor de rol van cafébaas in Familie. Ik deed auditie en ik had de rol. Ik leerde acteren door vooral andere acteurs te observeren. Met de rol van “Romeo” in de musical Romeo en Julia, vielen de puzzelstukjes mooi in elkaar: acteren en zingen. Ik was 26 en had blijkbaar de uitstraling die men zocht voor de rol van Romeo. Het lied uit de musical “De Koningen” werd nummer één in de Vlaamse hitparade. En toen dacht ik: hier zit méér in. Samen met Chris en Gunther – mijn collega-acteurs uit Familie – ben ik dan gestart met De Romeo’s. De eerste acht jaar deden we vooral covers op bedrijfsfeesten. Maar doordat het publiek Viva de Romeo’s, waarmee we onze gouden plaat haalden, ging meezingen, waren de “publieke” Romeo’s een feit. Omdat ik ook het Nederlandstalige lied met ietsje meer diepgang wilde brengen met nummers die ik volledig zelf componeer, startte ik – intussen ook al tien jaar geleden – samen met mijn vrouw Sasha Sasha & Davy.’

De Romeo's

‘Doordat mijn ma sociaal kon huren, was de maandelijkse huur minimaal. Ze is er daardoor altijd net in geslaagd om haar hoofd boven water te houden.

Of ik in mijn roots inspiratie vind voor mijn liedjes?
‘Ik ben blij dat je dat vraagt, want eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, en dat heb ik nog nooit tegen iemand gezegd, ligt mijn hart nog altijd bij “het levenslied” hoewel ik dat genre nog nooit gezongen heb. Ik heb het gezongen als kind (Danny de Munk en André Hazes, red.), maar omdat men dat genre op Radio 2 niet veel draait, heb ik er nooit iets mee gedaan. Ik moest van mijn muziek kunnen leven en dan kom je al snel bij (Vlaamse) popmuziek uit. Het muziekgenre “het levenslied”, dat zit in mijn bloed. Liedjes uit het leven gegrepen, het melancholische waar mensen zich in herkennen... Waar ik opgroeide, dat is wie ik ben. Maar als je “ne Romeo” bent, is het niet altijd gemakkelijk om een andere richting te kiezen, al doe ik die amusementsnummers nog heel graag en ben ik heel trots op het product wat we met De Romeo’s hebben neergezet. Ik merk dat het tijd is voor iets nieuws, iets extra’s. Liedjes met een lach en een traan. Om je een idee te geven over wat ik verder “solo” zou willen doen, moet je zeker eens luisteren naar mijn nummer Kaarsje in mijn hart, een nummer dat ik voor De Romeo’s samen met mijn neef heb geschreven toen zijn vader, mijn nonkel, overleed. Het is een nummer over afscheid. Doordat het heel puur en echt is, is dat naast Viva De Romeo’s ons grootste succes. Dit nummer wordt vaak op uitvaarten gespeeld. Mensen hebben er veel steun aan.’

Sociaal wonen als bron van solidariteit: onrecht, daar kan ik niet tegen
‘Als ik terugkijk op mijn jeugd, dan merk ik dat het opgroeien in een sociale woonwijk ervoor heeft gezorgd dat ik met heel ver-schillende mensen kan omgaan. Ik ben graag tussen de mensen, tussen het volk. Gewoon, ene van ’t straat bij wijze van spreken. Mijn vrouw Sasha zegt vaak dat ik een enorme mensenkennis heb. Ik voel heel snel aan of mensen het al dan niet goed met mij voor-hebben. Door daar op te groeien, weet ik ook hoe moeilijk het is als je het financieel niet breed hebt. Daarom kan ik niet goed tegen onrecht en steun ik ook graag goede doelen, al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat mijn vrouw er nog meer mee bezig is. Maar we hebben elkaar in die gevoeligheid zeker gevonden. Voor Kom op tegen kanker heb-ben we vorig jaar als Sasha & Davy in het zie-kenhuis in Geel twee keer opgetreden voor kankerpatiënten. En ook aan "Make A Wish" doneren we een deel van de opbrengst van de verkoop van onze Romeo's frikandel XXL. Die blijdschap en de dankbaarheid die je met zo'n initiatieven krijgt, zet je echt wel met de voeten op de grond. Die dankbaarheid, die voel ik ook voor alle mensen die op mijn pad gekomen zijn en mij geholpen hebben om mijn droom te realiseren.’

Davy Gilles: "Wees tevreden met wat je hebt."

Heb je een levensmotto? Wat heeft het leven jou geleerd?
‘Wees tevreden met wat je hebt. Ik geef toe dat ik altijd meer en meer wilde. Maar ik kan nu, op mijn 44ste toch al beter tevreden zijn met wat ik heb. Het gaat niet om financiële rijkdom. Als je kan doen wat je graag doet, als ik liedjes kan maken, als ik contact heb met mijn publiek, als mijn familie het goed heeft... Ik denk niet dat één van mijn kinderen het muzikale in zich heeft, en dat is misschien maar goed ook, want het is een harde wereld. Ondanks je succes heb je ook altijd mensen die tegen jou zijn. Wat ik leerde? Verspil geen energie aan mensen die niet te overtuigen zijn.’