Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord

Tekst en foto's: Els Matthysen, stafmedewerker communicatie VVH

Eeuwelingen blikken terug: honderdjarige Frans over (sociaal) wonen

 

In 2019 bestaat sociaal wonen 100 jaar. Frans Van der Aa is honderd en woont sinds 2000 in een sociale woning. In EEUWELINGEN blikt hij terug op zijn leven, zijn mooiste herinneringen, zijn meest intense momenten en zijn woonomstandigheden in zowel een private als een sociale woning waar hij nu 19 jaar woont. Terug naar 1918.

30 september 1918 in Sint-Katelijne-Waver. Frans Van der Aa wordt geboren. Na hem zullen nog acht kinderen volgen. Zijn ouders zijn boeren die het bedrijf van Frans’ grootouders verderzetten. Frans woont nog thuis wanneer zijn vader beslist om bij de spoorwegen te gaan werken. De boerderij brengt te weinig op om het hele gezin in leven te houden. Het gezin blijft op de boerderij wonen. Zijn moeder en zijn oudste zus zetten het boerenleven in een afgeslankte vorm verder. Het is een hard leven. ‘Mijn vader was ook maar een gewone werkman’, vertelt Frans. ‘Toen ik zes jaar was, had ik nauwelijks iets om aan te trekken. Ik ging in Mechelen naar school. Op mijn houten klompen was dat anderhalf uur lopen, in een broekje met korte pijpjes, een truitje en in de winter een sjaal, door weer en wind. Toen had je nog strenge winters, de groenten vroren kapot. We stookten in die tijd op kolen.

“Als ons Irene langskomt zegt ze: “Va, ge zit hier in de hemel”

Trouwen en legerdienst
In 1938 leert Frans (21) op de kermis van Sint- Katelijne-Waver zijn toekomstige vrouw Josephine (20) kennen. Zij woont op dat moment in Londerzeel in een rijhuisje van de spoorwegen. Als ploegbaas bij de spoorwegen kon haar vader daar gratis wonen. Dergelijke huisjes werden later vaak opgenomen in het patrimonium van sociale huisvestingsmaatschappijen. In 1939 doet Frans zijn verplichte legerdienst bij de luchtmacht in Evere. Hij toont mij trots zijn ingekaderde foto waarop hij in uniform poseert. Als in 1940 de oorlog uitbreekt, wordt zijn legerdienst verlengd (red. de algemene mobilisatie). Omdat de luchtbasis platgebombardeerd is, vlucht hij samen met 30 legerkameraden, piloten en commandanten naar Frankrijk (toen nog niet bezet). Na drie maanden mogen ze van de Duitsers – ‘in een Duitse trein’ benadrukt Frans – terugkeren naar Vlaanderen. Zijn legerdienst zit erop.

45 jaar gelukkig in zijn privéhuurwoning
Tijdens de oorlogsjaren woonde Frans met zijn vrouw in het huis van zijn schoonzus. ‘Omdat mijn broer in Duitsland krijgsgevangen zat, hebben we bij haar kunnen logeren tot mijn broer in 1945 terugkeerde. Ik overleefde eerst van een OCMW-uitkering maar vond snel werk als metser. Daar was veel vraag naar voor de wederopbouw. Later werkte ik nog als arbeider in een wasserij en bij de gemeente. Toen de Belgische spoorwegen «werkvolk» zocht, heb ik daar mijn aanvraag ingediend.’ Frans is zijn hele carrière bij de spoorwegen gebleven. 32 jaar lang was hij verantwoordelijk voor het laden en lossen van de goederentreinen.

“Omdat ik altijd gewerkt heb, ben ik nooit ongelukkig geweest”

Na de oorlog huurt Frans een privéwoning naast een garage. Hij woont daar 45 jaar. Zijn zeven kinderen zijn daar geboren (vijf meisjes en twee jongens). ‘Destijds bestond er geen pil hè mevrouw’, zegt Frans lachend. ‘Mijn oudste zoon wordt binnenkort 79 jaar. Hij is in 1940 geboren. Frans staat recht en opent zijn livingkast. Aan de binnenkant van het kastje hangt een papier waarop hij netjes alle namen en geboortedata van zijn kinderen geschreven heeft. ‘Als we discussiëren over iemands leeftijd dan doe ik mijn kastje open en: «voila» einde discussie.

Afgelopen dinsdag kon je hier niet meer binnen geraken. Iedereen was op bezoek, ook mijn negen kleinkinderen.’ Elke zaterdag komen zijn dochters langs. Ze zijn intussen ook met pensioen. Als zijn dochters op bezoek komen, zet Frans altijd een doos pralines en een assortiment koekjes op tafel. Zelf eet hij daar niet van. ‘Ik heb geen trek. Enkel frietjes smaken mij nog.’ De voorgebakken frietjes maakt hij klaar met stoofvlees of vol-au-vent.

19 jaar gelukkig in een sociale woning
Als ik Frans zijn verhaal hoor en de ontberingen uit zijn kindertijd, dan vind ik het jammer dat hij destijds niet de weg gevonden heeft naar een sociale woning. Sinds 2000 woont Frans in een sociale woning, maar een eenvoudige weg was dat niet. Een oude boom verplant je nu eenmaal niet gemakkelijk. ‘Ik ben met pijn in het hart moeten vertrekken uit mijn huurhuis. Al mijn kinderen zijn daar geboren. We hadden een grote tuin. Nadat de schepen van Wonen van Sint-Katelijne-Waver ons meermaals is komen vragen of we wilden verhuizen naar een sociale woning, heb ik uiteindelijk toch toegezegd. Het huis waar ik 45 jaar gewoond heb, was tot op de draad versleten.’

Gezien zijn financiële toestand zou Frans na zijn huwelijk ook recht hebben gehad op een sociale woning. Pas op zijn 81ste vindt hij de weg er naartoe.

Waarom niet vroeger een sociale woning?
Gezien zijn financiële toestand zou Frans vroeger ook recht hebben gehad op een sociale woning, maar hij heeft nooit de weg er naartoe gevonden. Niemand van zijn familie woonde in een sociale woning. Hij is de enige die zijn hele leven gehuurd heeft. Ik vraag Frans waarom hij geen sociale woning huurde? ‘Dat bestond toen niet’, aldus Frans. Ik vertel Frans dat sociale woningen 100 jaar bestaan, maar dat er intussen wel veel veranderd is. Frans kon destijds goedkoop geld lenen via de spoorwegen. Daarom heeft hij via die weg geprobeerd om aan een woning te geraken. ‘Omdat ik zo’n groot gezin had, is dat nooit gelukt. Daarom zijn we in de privéwoning blijven wonen totdat alle kinderen het huis uit waren.’

Sociale woning van Frans in Sint-Katelijne-Waver.

Om toch wat mensen te zien, zit Frans vaak vooraan en kijkt naar de voorbijgangers. Dan overdenkt hij zijn leven.

Sinds 2000 woont Frans in een sociaal huurappartement. ‘Ik betaal €450 huur, water en verwarming inbegrepen. Dat gaat volgens inkomen, hè mevrouw. Mijn vrouw is in 2002 gestorven. Ze heeft hier maar twee jaar gewoond. In oktober zal ze zeventien jaar ge- storven zijn. Ze is 84 jaar geworden.’ Hoewel Frans de oudste is van zijn broers en zussen, is hij nog de enige die in leven is. Zijn oudste broer werd 92 jaar. De anderen stierven als zestigers, zeventigers of tachtigers.

Nog volledig zelfstandig
Op zijn 100 jaar woont Frans nog volledig zelfstandig. Zijn sociale woning ligt gelijkvloers, heeft een ruime woonkamer, een keuken, een badkamer, een wc, een slaapkamer en nog een extra kamer. Het appartement is rolstoeltoegankelijk met extra brede deuren. ‘Ik ben heel tevreden dat ik hier woon. Ik hoef geen trappen te doen en heb ook een klein tuintje.’ Koken en poetsen doet hij zelf. ‘Zolang ik met mijn auto kan rijden, doe ik ook zelf mijn boodschappen. Ik vraag niet graag om hulp.’ Volgende maand opent het vernieuwde rusthuis in Sint-Katelijne-Waver haar deuren. Volgens zijn oudste dochter, die daar als vrijwilliger werkt, heeft het mooie en ruime kamers. ‘Ik ga volgende zondag wel eens kijken, maar zolang ik mezelf kan behelpen, wil ik hier blijven wonen.’

Ik mis vooral het sociaal contact
‘Het zijn allemaal «brave» mensen die hier wonen, maar ik kan hier met niemand praten. Al staan er in de tuin bankjes, in de zomer zit ik daar alleen. Vroeger waren de mensen veel socialer en dat mis ik wel, samen kaarten op straat, onder de lantaarnpaal… Al zeggen mijn buren hier wel goeiedag, tijd voor een praatje hebben ze niet.’ Het multiculturele, dat vindt hij nog wat vreemd, al apprecieert hij het enorm als zijn bovenburen – twee mannen van Marokkaanse origine (85 en 42) hem vriendelijk begroeten. ‘Maar meer dan «Ca va, Frans?», kennen ze niet. (lacht).

‘Om toch wat mensen te zien, zit ik vaak vooraan en kijk ik naar de voorbijgangers. Dan overdenk ik mijn leven. Ik woonde met mijn gezin naast een garage waar continu mensen passeerden waardoor ik mijn spontane babbeltjes had. Of ik zat in mijn grote tuin. Oh jee.’ Ik vraag Frans wat zijn mooiste herinneringen zijn: ‘Ik kan dat allemaal terug ophalen: toen ik naar school ging, daarna mijn vrouw leerde kennen, trouwde,… maar de laatste tijd gaat mijn geheugen sterk achteruit.

“Om toch wat mensen te zien, zit ik vaak vooraan en kijk ik naar de voorbijgangers. Dan overdenk ik mijn leven”

Foto’s: een rijk leven
Ik vraag Frans of hij een fotoalbum heeft. Hij zegt van niet, dat die foto’s de moeite niet waard zijn. Maar plots staat hij op en haalt uit de kast een stapeltje foto’s te voorschijn. Frans vertelt enthousiast dat hij als eenvoudige soldaat 17 vliegtuigen schoonmaakte en de brandstof bijvulde. ‘Deze foto uit 1938 is getrokken voordat de oorlog uitbrak. De foto heeft lange tijd in de vitrine van de fotograaf gestaan’, vertelt Frans. ‘De fotograaf zei dat ik de mooiste soldaat was die hij ooit gefotografeerd had.' Frans blijft er heel bescheiden bij. Op alle foto’s heeft hij nauwgezet – soms zelfs op de voorzijde – de datum en de plaats geschreven. Zoeken naar Frans op de foto’s hoeft niet. Overal waar hij opstaat, heeft hij met balpen naast zijn hoofd een kruisje gezet. Hij toont me foto’s uit zijn legerdienst.

Frans is ook fier op de foto’s met bekende zangers. Ze dateren van toen zij in de parochiezaal van Sint-Katelijne-Waver optraden: Paul Severs, Zwarte Lola en Nicole & Hugo. Maar hij is ook fan van Willy Sommers, Jo Vally en Lisa Del Bo.

Frans met Nicole & Hugo na hun optreden in de parochiezaal van Sint-Katelijne-Waver.

Ik laat Frans met mijn telefoon enkele nummers uit de oude doos horen: “Ja ik ben Lola, Zwarte Lola, ik ben Lola uit de stripteasebar…” Als ik mijn GSM tegen zijn oor houd, komt er telkens als hij het liedje herkent een gelukzalige lach op zijn gezicht. Frans vertelt verder: ‘Ik ging vroeger graag samen met mijn vrouw in de parochiezaal dansen. Ik was de danskampioen bij de gepensioneerden. (lacht) We walsten, dansten de chachacha, maar ook rock & roll en disco. En nadat de kinderen het huis uit waren, gingen we vaak met de bus op reis, meestal naar Spanje en Duitsland. Wat is dat alles lang geleden. Je kan er enkel aan terugdenken want het komt nooit meer terug.’

100 jaar worden
‘Toen ik 100 jaar werd, ben ik met mijn kinderen en kleinkinderen uit eten gegaan. Het was lekker. Er zijn er die goed «geboeft» hebben.’ (lacht hartelijk). De gemeente vroeg Frans hoe hij zijn jubileum wilde vieren: een huisbezoek of ontvangen worden op het gemeentehuis door de burgemeester? ‘Ik ben daar niet op ingegaan, omdat ik daar geen zin in had, maar ik was wel heel blij met het verwenpakket van Volkswoningen Duffel (red. de maatschappij waar Frans huurt), dat ik voor mijn 100ste verjaardag kreeg.' Frans is niet bang voor de dood. Hij weigert – tot onvrede van zijn kinderen – om een personenalarm te dragen.

Frans met maatschappelijk werker Marijke van Volkswoningen Duffel. 

De wereld is heel anders nu
‘De levenswijze van de mensen… ik kan dat niet meer volgen. Ik ken hier niemand meer. Iedereen waarmee ik opgroeide, is overleden. Eten en slapen, dat is alles wat ik nog doe. Gelukkig heb ik mijn televisie. Lezen lukt niet meer.’ Op de tafel ligt een krant. Frans kijkt nog naar de sportpagina’s, maar politiek interesseert hem niet meer.

“Het is hier beter wonen dan op een klein kamertje in een rusthuis”

Hoe word je 100 jaar?
Dat weet ik niet. Ik ben nooit ziek geweest. Ik heb nooit gerookt en dronk slechts af en toe een pilsje. Mijn kleinzoon zei altijd: “Va, gij wordt zeker 100 jaar” en hij heeft gelijk gekregen. ‘Toch denk ik dat ik niet meer lang zal leven. Ik denk te veel na. Gelukkig kan ik naar buiten kijken en zit ik niet opgesloten. Ik kijk naar de mensen die voorbij komen en de bus die passeert. Iedereen zegt dat ik er jonger uitzie. Ik zit hier goed. Als «ons Irene», mijn dochter, langskomt zegt ze: “Va, ge zit hier in de hemel.” ‘Het is hier inderdaad beter wonen dan op een klein kamertje in een rusthuis. Hier ben ik veel meer op mijn gemak. Ik kan alles nog zelfstandig doen. Elke week «kuis» ik een kamer. Want wie maakt het hier vuil? En een nieuwe woning, dat onderhoudt ook gemakkelijker.’